Mensen die zeggen apostelen te zijn en het niet zijn.

Door Henk Herbold

In Efeziërs 4:11 lezen we dat Jezus, nadat Hij was opgevaren naar de hemel, verschillende bedieningen heeft gegeven, tot opbouw van de gemeente. Er staat “Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars”. Dit zijn de vijf bedieningen die Christus aan de Gemeente heeft gegeven. Binnen deze vijf bedieningen zien we als eerste de apostel genoemd en dit doet ons direct denken aan de 12 discipelen die geroepen waren door de Heer en toen alles verlaten hadden om Jezus na te volgen.

Jezus nu, was de eerste die Zijn 12 discipelen ook apostelen noemde (Luc.6:13). Dat gebeurde overigens niet zo maar, kennelijk was dat moment van zo’n grote betekenis voor de Heiland dat Hij daarvoor de hele nacht in gebed moest gaan. Pas toen het dag werd kwam Hij van de berg en wees twaalf mannen aan en dan staat er zo typerend ‘die Hij ook apostelen noemde’. Voor dat moment was er niemand die kon zeggen een apostel te zijn.

Nu betekent het Griekse woord voor ‘apostel’ gewoon ‘gezondene’ en het hangt er maar vanaf welk gewicht je geeft aan zo’n woord ‘gezondene’. Je kunt gerust zeggen dat we allemaal op een bepaalde manier gezonden zijn door de Heer, al was het maar tot familie of buren om hen het evangelie uit te leggen.

Maar hier ging het toch duidelijk om veel meer, vooral als we spreken over de 12 eerste apostelen en later ook Paulus. Het gaat hier om mensen die een speciale opdracht van de Heer kregen, om te bouwen aan de eerste gemeente en Jezus boodschap in de wereld als eerste te verkondigen. Hun belevenissen, maar vooral openbaringen en hun onderwijzende brieven, zijn geschreven onder de sterke zalving van de Heilige Geest en later opgetekend in het heilig Woord van God. Zij mochten dus de basis vormen van de nieuw Testamentische gemeente, die na Jezus hemelvaart, op de pinksterdag geboren zou worden.

Deze twaalf waren dus speciaal roepen, ze leefde ook met Jezus tijdens Zijn aardse bediening. Ze waren o.a. getuige van Zijn opstanding en als eerste voorbestemd om het werk van Jezus voort te zetten op aarde en ook om de eerste leiders van de nieuwe gemeente te worden. Natuurlijk is in de eerste plaats altijd Jezus zelf het fundament en de hoeksteen van de gemeente, maar de apostelen hebben daar op voort mogen bouwen, zij worden dus ook genoemd de grondleggers of fundament van de Gemeente (Lees Efeze 2:19,10).

Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is.

Als we de betekenis van het woord apostel beschouwen, namelijk gezondene, dat zouden we kunnen zeggen dat ook Jezus zelf, de kring van ‘gezondenen’ heeft uitgebreid namelijk met nog eens 72 andere mannen. Want Jezus stuurde ook hen erop uit (Luc.10:1) om Zijn evangelie te verkondigen, dus waren ook zij gezondenen. Maar we moeten dan toch wel in acht nemen dat er ook toen al een groot verschil was tussen hen en de 12 apostelen die het eerst aangewezen waren door de Heer. Uiteindelijk waren ze dus wel allemaal ‘gezondenen’ van de Heer, maar ze behoorde niet allemaal tot de innerlijke kring van apostelen rondom Jezus.

Na de val van Judas, die Jezus had verraden en zich zelf van het leven had beroofd, zien we in het boek Handelingen dat het twaalftal weer werd volledig gemaakt door de verkiezing van Matthias (Hand. 1:2-5, 13, 21-26). Dit was natuurlijk niet nodig geweest als iedereen die maar door Jezus was uitgezonden zichzelf ook apostel had mogen noemen. Maar zo was het duidelijk niet. Alleen de twaalf discipelen werden genoemd de z.g. ‘apostelen van het lam’ en alleen hun namen zijn ook geschreven in de fundamenten van het nieuwe Jeruzalem (Openb.21:14).

Paulus was de apostel van de heidenen.
Hoewel hij niet één van de twaalf discipelen van Jezus was, heeft hij wel tijdens de bediening van Jezus geleefd en heeft dus ook alles meegemaakt, hij zegt in 1 Kor.9:1 “Ben ik niet een apostel? Ben ik niet vrij? Heb ik niet Jezus Christus, onze Heere, gezien? Bent u niet mijn werk in de Heere?”

De oorsprong van zijn roeping tot apostel zit toch wel in de bijzondere verschijning van Jezus aan hem op de weg naar Damascus (Hand.9). Natuurlijk is er nog steeds een kenmerkend verschil tussen het apostelschap van de twaalven en dat van al degene die later apostel werden genoemd. De twaalven hadden met Jezus geleefd en ook getuige geweest van Zijn dood en opstanding. Toch werd ook Paulus apostel of je kunt zeggen een gezondene met een speciale bediening.

Paulus was duidelijk ook door Jezus Zelf geroepen als apostel, lees Gal.1:1 “Paulus, een apostel – geroepen, niet vanwege mensen, ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader, Die Hem uit de doden opgewekt heeft”.

Paulus heeft het in 1Korinthe 15: 5-7 ook over ‘de twaalf… en daarna over alle apostelen’ vrijwel zeker doelde hij op de twaalf discipelen van Jezus en alle andere die daarna uitgezonden waren door de Heer. Bijvoorbeeld behoorde ook Barnabas, Paulus medewerker tot die grotere kring van gezondenen. Hij woonde in Jeruzalem (Hand.4:36,37) en wordt in elk geval samen met Paulus in die zin ook apostel genoemd (Hand.14:4, 14). Dat geldt trouwens ook voor Paulus andere medewerker Silas, die eveneens afkomstig was uit Jeruzalem (Hand.15:22) en door Paulus ook gezien werd als een gezondene of apostel (lees 1Thes.2:6 en 1Thes.1:1). Maar deze mensen waren toch niet in dezelfde bediening als de twaalf en Paulus.

Nu de vraag, zijn er vandaag nog wel apostelen?
Vandaag is er een apostolische en profetische beweging op gang gekomen, die onderwijst dat er in deze laatste dagen weer nieuwe apostelen en ook profeten zijn opgestaan. Nu is er Bijbels gezien geen reden, om aan te nemen dat er vandaag geen apostelen en profeten zouden kunnen zijn, dus waarom niet. Alleen kunnen zij nooit dezelfde bevoegdheid hebben als de apostelen en profeten in de eerste christentijd. Want die apostelen en profeten hebben het fundament van de Gemeente eens en voor altijd mogen leggen en dit kan niet worden herhaald (1 Kor. 3:10-11). Of anders gezegd, wij mogen tot de dag van heden doorbouwen op wat zij ons in Gods Woord hebben nagelaten.

Toch is het niet uit te sluiten dat er ook nu mensen zijn met een apostolische en/of profetische roeping. Maar dit zijn dan wel mensen die op een bijzondere wijze van God de roeping hebben gekregen, om bijvoorbeeld een gebied in geestelijke zin open te breken, om daar gemeenten te planten. Het zijn meestal geen mensen die geroepen zijn voor één plaats alleen, zoals een voorganger en oudste. Hun bediening is meer algemeen bedoeld, d.w.z. om in verschillende gemeenten te dienen met onderwijs. Zonder dat er altijd ook sprake moet zijn van een leidinggevende taak.

Herkenbare tekenen van een apostel.
Waaraan kun je een apostel herkennen? Het is heel belangrijk om  te weten hoe we een apostel herkennen, als we hem tegenkomen. De Bijbel geeft ons duidelijke richtlijnen om ware apostelen te identificeren. Er zijn dus beslist tekenen waaraan we een apostel kunnen herkennen.

  1. Paulus zegt tot de gemeente in Korinthe: …want het zegel (= bewijs) van mijn apostelschap zijt gij in de Here… (1 Kor. 9:2). Met andere woorden, Paulus heeft het werk mogen opbouwen door o.a. een stevig fundament te leggen. Hij heeft nooit de bedoeling gehad om daar voor altijd te blijven, maar om het werk na enige tijd weer los te laten. Dit is één van de tekenen van een apostolische bediening, namelijk om een nieuw werk op te bouwen totdat het op eigen benen kan staan. Zo iemand dient de gemeente het meest door het werk op het juiste moment over te dragen aan andere bekwame mensen.
    De gemeente in Korinthe was het bewijs van Paulus apostolische roeping, maar zo waren er meer bewijzen. Bijvoorbeeld ook het werk wat Paulus heeft mogen doen in de gemeente te Efeze. Hij heeft er 3 jaar gearbeid om het daarna met veel pijn in het hart weer los te laten. Lees daarover in Hand.20, waar Paulus afscheid neemt van de oudsten van de gemeente.
  2. Ook zijn er bepaalde tekenen die altijd zichtbaar zijn rondom een apostolische bediening. Dat was ook weer in de gemeente te Korinthe: In 2 Kor.12:12 staat dat Paulus zegt “De tekenen van een apostel zijn onder u verricht, in al mijn volharding, in tekenen, wonderen en krachten”.
    – In de eerste plaats gaat het hier om karakter van een apostel, namelijk om volharding. Een Apostel zal de moed niet snel opgeven. Paulus hield nooit op met prediken, zelfs niet als hij te Lystra werd gestenigd (Hand.14:19) of wanneer hij met Silas in Filippi in de gevangenis werd gegooid (Hand.16).
    – In de tweede plaats was er altijd sprake van tekenen, wonderen en krachten. Een apostolische bediening wordt gekenmerkt door een bijzondere openbaring van Gods kracht. Op die manier gebruikt God een apostel om geestelijk harde grond open te breken.
  3. Apostelen hebben vooral ook een vaderlijke bewogenheid voor een gemeente. Het is kenmerkend dat de apostel Petrus zichzelf ook een mede oudste noemt (1 Petr.5:1-4) en van Jezus die zelf een Apostel is (Hebr.3;1) zegt Petrus dat Hij de Opperherder is. Paulus was zo bewogen met de gemeenten die hij had gesticht dat hij zei ze op het hart te dragen. Paulus kon ook intens strijden in het gebed (lees Kol.2:1) voor hen. Zulke mensen kennen echt het vaderhart van God en ze zijn ook zelf geestelijke vaders geworden van de gemeenten die ze mogen dienen. Vanuit dat vader hart hebben ze ook meer vrijheid om dingen recht te zetten, in het bijzonder als er sprake is van valse leringen, die afwijken van de Bijbel. Lees over Paulus vermaningen in de Galaten brief. Paulus schreef de gehele Galaten brief van uit een diepe onrust over de situatie, maar was soms ook behoorlijk fel tegen hen. Dit kon hij doen, omdat hij als een vader voor hen was.

Hier volgt een waarschuwing: jezelf apostel noemen.
In deze tijd zien we vaak te gemakkelijk dat mensen ‘zichzelf’ tot apostel benoemen. Nu is het altijd gevaarlijk als mensen van zichzelf iets gaan zeggen te zijn. In Rom.12:3 staat juist dat we niet naar hoge dingen moeten jagen. God is het die mensen aanstelt en niet wij. In de Bijbel lezen we over de roeping van bijvoorbeeld Aäron en dat niemand zich deze plaats kan toe-eigenen, het moet ons van God gegeven zijn.

Hebreeën 5 :4 en 5 zegt: “Niemand kan zich die waardigheid toe-eigenen, men wordt daartoe door God geroepen, zoals ook met Aäron gebeurde. Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen hem zei: Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.”

We zijn dus zeker geen dienaar van God op grond van onze eigen mening, maar op grond van Gods keuze die alleen zichtbaar kan worden door de tekenen van het apostelschap in onze bediening. Het is dus veel beter dat anderen dat opmerken, dan dat we er zelf mee te koop gaan lopen. Laten we niet vergeten dat we het ook nog gemakkelijk mis kunnen hebben en dan is het niets anders dan hoogmoed. Hierin zit ook weer een duidelijk verschil tussen de 12 apostelen en Paulus, die zelf op een bijzondere wijze door Jezus waren aangewezen als apostelen en die daarom wel het recht hadden om van zichzelf te zeggen een apostel van Jezus Christus te zijn (Gal. 1:1).

Mensen die zichzelf in deze tijd apostel durven te noemen moeten voorzichtig zijn. In Openb.2:2 staat dat Jezus de Efeze gemeente waarschuwt met de woorden “…die van zichzelf zeggen dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn..”. Laat ons ook beseffen dat er vanaf de tijd van het Nieuwe Testament, valse profeten en leraars waren, die claimden apostelen te zijn, maar Paulus wees hen af. Het is in onze tijd ook nog zo, dat mensen claimen apostel te zijn en men meent daardoor ook een bijzondere apostolische status en gezag te hebben, vergelijkbaar met de 12 apostelen.

Op basis hiervan zijn al grote fouten gemaakt, zoals het aankondigen van nieuwe openbaringen, die niet Bijbels te controleren zijn. Met als gevolg dat we mogelijk gaan bouwen op uitspraken van mensen. In de eindtijd zal dit nog grotere vormen aannemen, de Bijbel waarschuwt ons ook dat miljoenen misleidt zullen worden (Openb.13:14). Wees gewaarschuwd, leef dicht bij de bron, dat is de veiligste plek.

Misschien wilt u hierover napraten met ons, of u wilt gewoon uw verhaal anoniem aan ons kwijt, dat kan allemaal KLIK HIER.

Geplaatst in Bijbelstudies, geestelijk leiders, gemeente | Tags: , | Een reactie plaatsen

Geestelijk leiders moeten door God aangesteld zijn.

Er is leiding en gezag nodig in de gemeente, maar dan wel gezag wat door God is aangesteld. De meeste plaatselijke gemeenten in ons land hebben een predikant, voorganger, opziener of een voorgaande oudste (1 Tim.5:17), wat in feite verschillende namen zijn voor dezelfde functie. Hoewel de Bijbel ook spreekt over voorgangers in het meervoud (zie Hebr.13:17), is men in ons land meestal gewend aan één voorganger per gemeente, met verschillende oudsten als medebestuurders. In principe kunnen er Bijbels gezien ook meerdere voorgangers in een gemeente zijn, bijvoorbeeld als dit door de grote van een gemeente noodzakelijk is.

Oudsten
Oudsten of mede bestuurders hebben een belangrijke taak, als het goed is zijn ze zelfs instaat om aan te vullen wat er eventueel aan de bediening van de voorganger ontbreekt. Want een voorganger is net als ieder ander, een mens met beperkingen en feitelijk gewoon een mede-oudste. Sommige mensen denken dat een voorganger (of voorgaande oudste), alle bekwaamheden in zich heeft die voor een gemeente nodig zijn. Maar dat is natuurlijk niet zo, want dan zou hij een soort super mens moeten zijn.

Omdat sommige gemeenten teveel van hun voorganger verwachten is vaak het gevolg dat ze het niet volhouden en in een burn-out terecht komen. Dit kan voorkomen worden als er oudsten zijn die begrip hebben voor hun voorganger en die, elk met hun eigen roeping, taak of bediening, hem ondersteunen. Alleen door elkaar aan te vullen, zullen ze naar een sterk en harmonieus geheel groeien.

Verschillende gaven
De Bijbel heeft het daarom ook over verschillende gaven, bedieningen, taken die door God aan de gemeente gegeven zijn. Lees 1 Corinthiërs 12: 28
“God nu heeft ‘sommigen’ in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen.”

Verschil in roeping en bediening
God geeft wel aan iedere bediening zijn eigen gezag en zalving, er kan dus beslist verschil zijn in gezag en bediening, maar toch hebben ze (als het goed is) elkaar ook weer wel erg hard nodig. Het respecteren van elkaars roeping en bediening en de bereidheid praktisch uit te leven wat Filip.2:3,4 zegt, is de voorwaarde tot een sterk bestuur.

“Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat een ieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat een ieder ook oog hebben voor wat van anderen is”. Filip. 2:3,4

Diaken
Naast bestuurders in de gemeente zijn er, als het goed is, ook allerlei mensen belast met gedelegeerde verantwoordelijkheden en praktische taken, die nodig zijn voor het goed functioneren van de gemeente, in de breedste betekenis van het woord. In het Nieuwe Testament komen we de term ‘diaken’ (= diakonos of dienaar) tegen wat in principe een algemene benaming is voor elke man of vrouw die een dienende taak vervult in de gemeente (Lees Hand.6).

De roeping
Het is in de maatschappij heel normaal om een ambitie te hebben en ergens voor te gaan. En we zien ook steeds meer binnen de gemeente dat mensen een ambitie hebben om bijvoorbeeld oudste, voorganger of om gemeente leider te worden op welke manier dan ook. Eigenlijk is dat alleen maar toe te juichen en moeten we zulke mensen aanmoedigen om zich vooral zoveel mogelijk te bekwamen, zodat ze bruikbaar kunnen zijn, maar wel…als God ze roept en de weg ook voor ze geopend wordt. Die roeping is heel erg nodig, in de dienst van God is geen sprake van jezelf profileren. In de Bijbel lezen we over de roeping van bijvoorbeeld Aäron en dat niemand zich deze plaats kan toe-eigenen, het moet ons van God gegeven zijn.

Hebreeën 5 :4 en 5 zegt: “Niemand kan zich die waardigheid toe-eigenen, men wordt daartoe door God geroepen, zoals ook met Aäron gebeurde. Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen hem zei: Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.”

We zijn dus zeker geen dienaar van God op grond van onze opleiding of i.d., maar op grond van Gods keuze (Lees over Paulus roeping in Galaten 1:1).

Leiderschap is dus voorbehouden aan een ieder die door God geroepen wordt, dus niet iemand die alleen door ambitie gedreven wordt. En ook, een leider wordt verkozen uit het volk en heeft daardoor dus draagvlak, m.a.w er moet ook erkenning van iemands roeping zijn in de gemeente. Dat betekent niet dat meerderheid in de gemeente altijd het laatste woord heeft, zoals in een democratie. Ook in de dagen van de eerste christengemeente, zullen de apostelen zeker een belangrijke stem gehad hebben bij de aanstelling van gemeente leiders. Ook later is het Paulus die oudsten aanstelt in de verschillende gemeenten die hij gesteld heeft, of hij gaf Titus de opdracht om dat te doen (Titus 1:5).

Wie heeft de leiding in de gemeente?
De afgelopen jaren is er een grote culturele omslag geweest, in vele lagen van de bevolking. Waar men vroeger een gezagsrelatie had met mensen die leiding geven, is dat nu veranderd. Om deze reden zijn er ook steeds meer gemeenten die geen voorganger meer willen en zelfs komt het voor dat men ook geen oudsten meer wil. Zonder oudsten of voorganger is een gemeente echter niet Bijbels bezig. Net zoals kinderen in een gezin, ouders of verzorgers (c.q. opvoeders) nodig heeft, zo heeft een gemeente dat ook. Anders is er het grote gevaar van wanorde, een voorbeeld lezen we in Richteren 21:25 over Israël, waar staat “een ieder deed wat goed is in zijn ogen”, God keurde het in ieder geval niet goed. Wie zijn wij, dat wij het recht in eigen hand zouden nemen en af zouden wijken van het model, wat God ons gegeven heeft van de gemeente in het Nieuwe Testament (Handelingen). Je kunt ook nergens in de Bijbel lezen dat oudsten aangesteld werden voor een vaste periode, zoals tegenwoordig veel gebeurd.

Natuurlijk is het niet verkeerd om het functioneren van een gemeente leider af en toe te evalueren, maar niet om hem af te zetten, maar eerder om hem in liefde te helpen nog meer dienstbaar zijn. Als we geloven dat de heilige Geest de oudsten in de gemeente zelf heeft aangesteld, hebben we niet het recht hen gewoon eigenhandig af te zetten. Lees in Hand. 20:28, Paulus woorden tot de oudsten van de Efeze gemeente “waarover u de ‘heilige Geest’ tot opzieners gesteld heeft.” Natuurlijk is dat anders als oudsten b.v. vanwege lichamelijke beperkingen moeten terugtreden, maar dat zal iedereen begrijpen.

Wij hebben vandaag te maken met een verregaande democratisering van de maatschappij om ons heen. Dit is een proces dat helaas ook binnen de gemeente steeds meer voorkomt en zelfs verlammend kan werken op het functioneren van de leiding in de gemeente. Wanneer je namelijk als gemeente leider bij iedere stap, democratisch in overleg moet treden met de gehele gemeente, werkt het verlammend. Een leider moet het vertrouwen en dus gezag van de leden krijgen, omdat ze zijn roeping als dienaar van God erkennen. Een voorganger is de leider die voorop loopt en die ook de richting of visie bepaald van de gemeente. Uiteraard zal een wijze voorganger altijd in overleg gaan met de oudsten van de gemeente, maar in geval men er samen niet meer uitkomt heeft hij wel een beslissende stem.

Zie Hebreeën 13:17 : “Gehoorzaam uw voorgangers en volg hun aanwijzingen op. Zij waken over u, en moeten zich daarvoor verantwoorden. Zorg ervoor dat ze hun werk met vreugde kunnen doen en geen reden tot klagen hebben, want dat zou voor u nadelig zijn.”

De gemeente is in beginsel niet democratisch
Dit lezen we tenminste nergens in de Bijbel. Jezus is het hoofd van de gemeente en Hij bestuurt Zijn gemeente doormiddel van geroepen dienstknechten van God. Het is ook zeker te begrijpen, dat de Heer niet houdt van rebellie tegen leiders die door Hem zelf zijn aangesteld. Laat iedereen zich dat realiseren die rebelleert tegen de leiding in de gemeente, we strijden mogelijk niet tegen een mens, maar tegen God.

Dit blijkt bijvoorbeeld uit 1 Thes. 5:12,13 “En wij vragen u, broeders, hen te ‘erkennen’ die onder u arbeiden, u leiding geven in de Heer en u terechtwijzen en hen uitermate hoog te achten in liefde, om hun werk. Leef in vrede met elkaar”.

Zie ook 1 Petrus 5: 1-6 waar Petrus zegt tot de ‘jongeren’, dat ze zich moeten onderwerpen aan de ‘oudsten’, die de leiding hebben in de gemeente.

Toch moeten gemeente leiders ook niet heersen
Ondanks dat er geen democratie is in de gemeente van de Heer, moeten leiders toch ook niet heerszuchtig willen zijn, maar dienend. Leiders horen de gemeente zodanig te dienen dat de leden van de gemeente in Gods bestemming komt. Dat betekent dat leiders niet over anderen als een koning mogen heersen en alle gezag naar zich moeten trekken. Vóór de oproep van Petrus aan de jongeren tot onderwerping, besteedt Petrus vier verzen aan een oproep aan de oudsten. Hij zegt onder meer dat zij goed toezicht moeten houden, en de ‘kudde van de Heer’, vrijwillig en niet gedwongen moeten leiden. Ook zegt Petrus dat hun dienen niet mag zijn in schandelijke winzucht, d.i. eigen belang voorop zetten en evenmin door heerszucht. En hij zegt dat de oudsten de overige gelovigen in hun leven een voorbeeld ter navolging moeten geven. Dit houdt in dat de oudsten de gemeente moeten voorleven wat nederigheid en dienen is. Dit betekent tevens dat een leider die zelf geen houding van nederigheid en dienen heeft, niet hoeft te verwachten dat de leden zich wel aan hem zullen onderwerpen.

Dominant of manipulerend leiderschap ontstaat wanneer leiders hun eigen belang laten gelden boven het belang van de mensen aan wie zij leiding geven. Geestelijke leiders moeten op de eerste plaats GEESTELIJKE leiders zijn, dus vol zijn van Gods Geest en zich door Hem laten leiden. Pas dan zijn ze in staat de gemeente te leiden.

Kenmerken en verschillen van leiderschap in de gemeenten:

Heerzuchtig leiderschap
1. Er wordt door de leiding voortdurend en langdurig beslag gelegd op de tijd en energie van de leden, zodat er geen ruimte is voor het gezin.
2. Wanneer leiders de leden vooral beschouwen als hulpjes, die de leiders moeten ondersteunen, om ze vervolgens voor van alles te gebruiken.
3. Leiders die zich snel bedreigd voelen door leden met bepaalde talenten en hen liever aan de kant schuiven i.p.v. hen te bevestigen.
4. Leiders die er voor zorgen dat gemeente leden niet leren om zelf geestelijke autoriteit in hun leven te ontwikkelen, zodat ze afhankelijk blijven van profetieën en zegeningen van leiders.
5. Leiders die niet open staan voor waarschuwingen of correctie van ‘gewone’ leden, ook al komen die voort uit een zuiver hart en met een geest van onderscheiding.
6. Leiders die zich vergaand en ongepast in de persoonlijke levenssfeer van de leden mengen.
7. Leiders die door een grote nadruk op status, titel, onbereikbaar zijn voor ‘gewone’ gemeente leden.

Dienend leiderschap
1. Een leider moet de gemeenteleden stimuleren om de juiste balans te vinden. De thuis situatie mag nooit ten koste gaan van het werk voor de Heer.
2. Leiders moeten er alles aan doen dat de leden toegerust worden om zelf vanuit Gods kracht te dienen,(Efeze 4:11-15) en ze niet gebruiken voor eigen belang.
3. Leiders moeten delegeren en anderen stimuleren hun talenten zoveel mogelijk te ontwikkelen. We moeten juist ruimte maken voor anderen.
4. Leiders moeten erop gericht zijn dat leden van de gemeente geestelijk groeien naar volwassenheid. Een volwassen kind van God heeft zelf een relatie met de Heer en ervaart zelf aanwijzingen van de Heer.
5. Leiders behoren ook niet bevreesd te zijn om hun zwakheid te tonen en correctie te aanvaarden. Daarin moeten ze juist een voorbeeld zijn, wat anderen kunnen navolgen.
6. Leiders die beseffen dat iedereen uiteindelijk voor zichzelf verantwoordelijk is t.a.v. God. Leiders hebben het recht niet anderen te controleren.
7. Leiders die vooral naast de leden van de gemeente staan. Bereikbaar en benaderbaar voor iedereen.

Tot slot
Een evangelie gemeente behoort niet een soort ministaat of bedrijf te zijn. De hiërarchie in de gemeente is niet als tussen directeuren en ondergeschikten. Geestelijk leiders moeten vooral tussen de mensen staan en niet over hen willen heersen.

Wilt u hierover napraten of gewoon even uw verhaal kwijt? KLIK HIER

Geplaatst in geestelijk leiders, gemeente, leiders | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Kan een geestelijk leider na overspel doorgaan in de bediening?

We krijgen elke dag e-mails van mensen die ons vragen stellen, men is dan duidelijk opzoek naar Bijbelse antwoorden. De laatste tijd vroeg men ons een aantal keren of het Bijbels gezien juist is, dat een geestelijk leider die te maken krijgt met overspel en/of echtscheiding, gewoon maar door kan gaan in de bediening die men eerst had. De reden dat men zo’n vraag stelt heeft uiteraard te maken met het feit dat het tegenwoordig ook steeds meer voor komt, dat leiders na overspel en echtscheiding, een korte onderbreking hebben en dan gewoon weer hun bediening hervatten.

En ja,… natuurlijk moet herstel altijd mogelijk zijn, maar er moet ook ruimte zijn voor genezing van de wonden die zijn geslagen. Daarnaast is het belangrijk dat geestelijk leiders zelf beseffen, dat het geen automatisme is, dat men zomaar weer terug kan in de bediening die men eerst had. Feitelijk zou dat meer een uitzondering moeten zijn. Het is ook altijd weer eerst de vraag, of men nu wel aan Gods heilige voorwaarden tot het geestelijk ambt voldoet. Daarbij is zeker niet het talent om te prediken de belangrijkste voorwaarde, maar of men weer een voorbeeld kan zijn voor anderen in de gemeente (lees 1 Petr.5:3b).

Naast uiteraard berouw en belijdenis van zonden, is vooral zelfonderzoek nodig om na te gaan wat de diepe reden is, waarom men zo gevallen is. Daar zal dan eerst herstel moeten plaats vinden en mogelijk verlossing en bevrijding, voordat er ook maar sprake kan van een terugkeer in de bediening. Tevens zal er toch ook herstel moeten plaats vinden in gebroken en beschadigde relaties. Ook het vertrouwen zal herstelt moeten worden en vooral dit kost beslist veel tijd.

De Bijbel selectief gebruiken.
Christenen hebben helaas soms de neiging om de Bijbel selectief te gebruiken, dus zoals het hun het beste uitkomt. Daarmee bedoelen we, dat we de dingen die ons niet aanstaan al gauw ‘als niet meer geldig voor deze tijd beschouwen’. Er zijn relatief maar weinig Bijbelleraren die de moed hebben om ook onderwijs te geven over de z.g. moeilijke Bijbelverzen. Maar God verandert Zijn Woord niet omdat het ons niet aanstaat.

Zo vinden we in de Bijbel heel duidelijk Gods voorwaarden voor het dienen in een geestelijk ambt, lees maar in 1 Tim.3:2. God heeft deze voorwaarden nooit veranderd, hoe moeilijk we ze ook vinden. Daar lezen o.a. dat een Opziener (Oudste, Bijbelleraar etc..) van onbesproken gedrag moet zijn en vooral… de man van één vrouw.

Dit maakt het op z’n minst discutabel of iemand die gescheiden is, om welke reden dan ook, zo maar weer als geestelijk leider kan dienen in een gemeente of kerk. Want hoe kan iemand de gemeente van de Heer voorgaan en onderwijs geven, bijvoorbeeld over actuele onderwerpen zoals het huwelijk, echtscheiding en seksualiteit, als je zelf geen voorbeeld bent. Daarmee maken we de boodschap die we prediken ongeloofwaardig en nog erger wordt het als andere mensen juist ons verkeerde voorbeeld gaan gebruiken, om hun eigen zonden te bedekken en helaas, gebeurt dat nogal eens. Men vindt eigen fouten op dat vlak minder erg omdat ‘bekende geestelijk leiders’ de zelfde dingen doen. Wat we ook nog al eens horen is, dat mensen de zonde van overspel wat vergoelijken, door te zeggen ‘ja maar David viel toch ook in die zonde en hij mocht gewoon koning blijven’. En natuurlijk is dat zo, hij beleed zijn zonde, God was hem enorm genadig geweest en hij bleef toch de man naar Gods hart (1 Sam.13:14). Tevens mocht hij ook koning blijven, maar de geschiedenis leert wel, dat hij geen toestemming meer kreeg om de tempel van God te bouwen, hoewel hij dat wel erg graag wilde.

De tempel van God in het oude testament is het geestelijk beeld van de gemeente van nu. Ook nu zijn er mensen met bekwaamheden, die erg graag willen meebouwen aan de gemeente van de Heer, bijvoorbeeld door prediking en onderwijs. Maar we kunnen wel iets heel graag willen, maar toch stelt God nog altijd heilige voorwaarden aan het geestelijk leiderschap, net zoals Hij heilige voorwaarden stelde aan koningen en priesters in de oude bedeling. Het zal duidelijk zijn dat als we Gods zegen niet mee hebben in de bediening, dan zal het vroeg of laat weer stuk lopen, met mogelijk nog meer schade voor de gemeente.

Kijk naar jezelf.
Het is duidelijk dat door de satan in deze tijd, een enorme aanval wordt ingezet op het huwelijk van geestelijk leiders. En het is zeker dat geestelijk leiders die geen voldoende tijd nemen voor gebed, zwak zijn en mogelijk vroeg of laat door de duivel omver geblazen worden. Ze missen de kracht van de heilige Geest die ons onaantastbaar maakt voor duistere machten. Nu bidden we als voorgangers allemaal wel, onze openbare gebeden zijn vaak indrukwekkend, vol hele volzinnen. We hebben nu eenmaal geleerd mooie woorden te gebruiken. Maar hoe is het thuis, in de binnenkamer, als niemand ons ziet? De echte test is ons gebedsleven daar, als we alleen met God zijn. Onze intimiteit met God is ook het kwaliteitsmerk van onze bediening. Met andere woorden, onze publieke gebeden kunnen een uiterlijk optreden zijn, zonder leven. Onze persoonlijke relatie met God bepaalt of wij echt zijn, bewust van onze afhankelijkheidsrelatie met God. (Lees voor uw zelf Mat. 6 eens na)

De plaats van ons huwelijk en gezin.
Daarnaast, welke plaats heeft ons huwelijk en gezin in verhouding tot het werk van God. Wanneer u voorganger of gemeenteleider bent, dan hebt u niet alleen een verantwoordelijkheid voor uw gemeente of bediening, maar in de eerste plaats voor uw gezin. Uit heel veel pastorale gesprekken blijkt dat veel vrouwen van leiders zitten met het gevoel dat zij wat het gezin betreft, de kar alleen moeten trekken. Soms moeten ze zelfs geestelijke verantwoordelijkheid nemen voor iets waarin hun man feitelijk een stap zou moeten zetten. De man is door God immers aangesteld als de priester in zijn huis en dit geldt dubbel voor geestelijk leiders, omdat die een voorbeeld moeten zijn in de gemeente en dus ook voor zijn gezin (1 Kor.11:3 en Efeze 5;23). Veel vrouwen verlangen naar geestelijke intimiteit, intens gebed, samen strijden voor de problemen die in een gezin op je af komen. Ook dit is de reden waarom de duivel soms kans ziet om het fundament onder het huwelijk van geestelijk leiders weg te halen. Een huis zonder fundament is wankel en zal bij de minste storm instorten.

Werk daarom elke dag aan je huwelijk.
Het is belangrijk om elke dag te werken aan je huwelijk. Want een hechte huwelijksrelatie is één van de voorwaarde voor een sterk leiderschap in de gemeente. De huwelijksband is iets wat onderhouden moet worden, liefde die niet elke dag gevoed wordt zal op een dag sterven, net als een plant wat geen water ontvangt.

Paulus zei in Efeziërs 5:25: “Mannen, hebt uw vrouwen lief!” Hou dus van haar! Wat we vandaag nodig hebben, zijn leiders die ook grote minnaars zijn. We hebben leiders nodig die weten dat ze zo nu en dan een dag alleen met hun vrouw moeten doorbrengen en niet maar door hollen. Kijk haar eens in de ogen als je met haar praat, leg de krant neer en zet de televisie uit, heb aandacht voor haar. Open de deur voor haar, help haar met de afwas. Hou dus m.a.w. zichtbaar van haar! Doet u dat niet, dan kan al het succes als leider op een dag in een complete mislukking uiteenspatten. Want als het in onze relatie niet goed gaat staan we meer open voor de verleidingen van satan die op ons af komen.

De roeping is voor beiden.
Feitelijk kan een gehuwde man, die zich geroepen weet in de dienst van de Heer, die roeping niet los zien van zijn vrouw. Zij is, als het goed is, mede geroepen in de dienst van God. Vandaar dat het feitelijk onmogelijk is om te dienen in een geestelijk taak of bediening, wanneer het in huwelijk niet goed zit. Bijbels gesproken kan dit niet.

Want o.a. in 1 Tim.3:4 staat ook dat een dienaar van God, goede leiding aan zijn gezin moet geven, m.a.w. we moeten ook samen goede ouders zijn, anders kunnen we in de gemeente niet dienen. Het werken voor de Heer, mag nooit ten koste gaan van ons gezin en/of huwelijk. Mocht het wel zo zijn, dan zouden de zaken meer in balans moeten brengen. Als het thuis of in ons huwelijk niet goed gaat, vreet dat zoveel energie bij ons weg, dat we ons in het werk van God niet meer volledig kunnen geven.

Ook vrouwen die minder op de voorgrond treden, zijn net zo goed een belangrijk deel van de bediening van hun man. Zij kan op de achtergrond meewerken aan het slagen van de bediening van haar man, door hem in veel taken in het gezin bij te staan. In feite maakt zij op die manier de bediening van haar man mogelijk. Maar haar betrokkenheid bij de bediening hoeft zich natuurlijk niet te beperken tot haar eigen gezin.

Een voorbeeld uit de Bijbel.
In Hand. 18:1-4 wordt Aquila vergezeld door zijn vrouw Priscilla. Zij waren tentenmakers en werkten samen met Paulus. In vers 18 vergezellen zij Paulus naar Syrië. Hier wordt Priscilla zelfs eerst genoemd, voor Aquila. Op gelijke wijze zien wij hen in vers 26, waar zij samen Apollos nauwkeurig onderwijzen. In Rom. 16:3-5 heeft Paulus de naam van Priscilla ingekort tot Prisca (zo ook in 1Kor. 16:19; 2 Tim. 4:19). Zonder veel woorden roemt hij haar, samen met Aquila. Hij prijst haar geloof in Jezus Christus en haar inzet en zorg voor Zijn gemeente. Paulus noemt hen terecht zijn medearbeiders in Christus Jezus.
Priscilla staat naast haar man, en samen hebben zij een bediening voor de Heer. Wij zien hier een vrouw die de ruimte krijgt om met haar gaven en talenten veel vrucht te dragen en zelfs een hoofdaandeel in die bediening te hebben.

Een vertrouwenspersoon.
Geestelijk leiding geven is een grote verantwoordelijkheid. Of dat nu aan een kleine of grote groep is, het principe blijft hetzelfde. Daarom moet de leider als eerste een oor ontwikkelen om naar God te luisteren. Maar hij moet ook leren om te luisteren naar andere leiders en zelfs naar hen aan wie hij leiding geeft.

Het is absoluut belangrijk om als geestelijk leider een vertrouwenspersoon of personen te hebben. In feite heeft iedere leider iemand (of meerdere personen) nodig voor gebed, advies, bevestiging en ondersteuning. We kunnen het niet alleen, we hebben ook raadgevers nodig, mensen die ons af en toe een spiegel kunnen voorhouden, maar die ook onze roeping en bediening bevestigen. Om die reden heeft God de gemeente ingesteld, we zijn samen lichaam van Christus en niet één persoon alleen.

We kunnen wel zeggen door God geroepen te zijn, maar bevestiging is ook nodig, doordat anderen die ook vervuld zijn met de Heilige Geest, dit ook zo zien. Op dezelfde manier werd b.v. ook de roeping van de profeet Samuel door heel Israël erkend (1 Samuël 3:19). Paulus had ook mensen om hem heen in zijn bediening, lees maar eens de lijst met namen die hij opnoemt in bijvoorbeeld Rom. 16.

Dit wordt natuurlijk extra belangrijk als we in zonde vallen. Dan heeft u iemand nodig waar tegen u open en eerlijk alles kunt opbiechten, om daarna samen naar de Heer te gaan en de zonde te belijden (Jak. 5:16). We hebben dan bevrijding nodig van onreine demonen die ons binden en waardoor we steeds weer in de zelfde zonde vallen. Zo’n vertrouwenspersoon die met ons bidt, moet daarom iemand zijn die vervuld is met de Heilige Geest en geestelijke onderscheiding bezit. Zorg er in dit geval wel voor dat zo’n vertrouwenspersoon iemand is van je eigen sekse.

Natuurlijk, het is goed te begrijpen, dat het erg zwaar is om zo’n geheim aan iemand anders toe te vertrouwen. Toch is het noodzakelijk. God eist meer van herders (niet minder) en Hij houdt hen zelfs meer verantwoordelijk. Vraag God u te leiden in de keuze van een vertrouwenspersoon. Verneder u, als u tenminste echt genezen wil.

Mocht u hulp nodig hebben, bijvoorbeeld, u wilt uw verhaal anoniem aan ons kwijt, dat kan. Misschien kunnen we u advies geven of op één of andere manier helpen. KLIK HIER

Geplaatst in geestelijk leiders, genade, Hertrouwen, Huwelijk, leiders | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Rijker worden door tienden geven. Klopt dat wel?

Uit ervaring weten we, dat het helemaal niet verkeerd is als christenen die de Heer Jezus liefhebben, ook geleerd worden om regelmatig (b.v. maandelijks), financieel bij te dragen aan het werk van God. Feitelijk zou iedereen, die deel is van een kerk of gemeente dat uit zichzelf moeten begrijpen. Men zegt wel dat het evangelie gratis is, maar een gemeente kan nu eenmaal moeilijk de onkosten betalen, als er geen regelmatige giften binnen komen. Iedereen weet ook dat de kosten van, bijvoorbeeld het huren of kopen van een gebouw, behoorlijk kunnen oplopen. Daarom zou het een zegen zijn als iedereen die behoort bij een kerk of gemeente, in ieder geval regelmatig een vast bedrag apart zou zetten daarvoor (Lees ook 1 Kor.16:2). Daarmee geven we ook de gemeente waar we toe behoren, een stabiele basis zodat men een verantwoord financieel beleid kan voeren.

Ook in het zendingswerk zijn regelmatige inkomsten nodig. Natuurlijk zendelingen moeten in de eerste plaats op God vertrouwen en niet op mensen. God is machtig om voor hen te zorgen, zoals Hij voor de profeet Elia zorgde in een tijd van grote droogte (1 Kon.17). Maar tegelijk moeten we ons realiseren dat God toch meestal mensen gebruikte, om voor Zijn dienaren te zorgen. Vandaar ook dat Elia later in dezelfde geschiedenis, naar de weduwe van Sarfath werd gestuurd, om door haar verzorgd te worden.

In zekere zin is het geven van tien procent van ons inkomen helemaal niet verkeerd, wij zelf hebben het altijd ‘vrijwillig’ zo gedaan en we weten uit ervaring ook dat God ons daarvoor zegende. Vooral als men bedenkt dat men God ook niet met een fooi wil afschepen en men zich daarom afvraagt, ‘hoeveel is nu redelijk om te geven’, dan is tien procent een goede norm. Waarom? Omdat God dit in de Bijbel ook opdroeg aan Israël.

Aan de andere kant moeten we ook eerlijk zijn, er is in de Bijbel geen wet die een Nieuw Testamentisch christen dwingt om tienden te geven. In tegendeel, de apostel Paulus zegt juist in 2 Kor.9:7 tot de gemeente in Korinthe “Laat ieder doen zoals hij in zijn hart voorgenomen heeft, niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief”.

En ja… helaas zijn er toch nog steeds predikers die ons willen laten geloven dat we alleen financieel gezegend kunnen worden door de Heer, als we maar trouw tien procent van onze maandelijkse inkomsten afdragen en dan vooral natuurlijk aan hun kerk, gemeente of organisatie. Ze brengen het als een soort verplichting. Daarnaast heb je ook weer mensen die dit zo serieus nemen, dat ze vervolgens weer in de knoop raken, omdat ze niet weten of ze het van hun bruto of netto inkomsten moeten betalen en ook nog van hun vakantie geld of dertiende maandsalaris etc.. Maar…de grote vraag is natuurlijk altijd wat de Bijbel ons feitelijk hierover zegt, want als het Bijbels niet te onderbouwen is, dan zijn het dus wetten van mensen en niet van God.

Daarom nu…wat zegt de Bijbel?
De eerste keer dat we in de Bijbel over tiende geven lezen is in Genesis 14. Daar lezen we hoe Abraham, zijn neef Lot net had bevrijd en nadat hij toen een aantal koningen had overwonnen, ontmoette hij Melchizedek die genoemd wordt een priester van God. Deze Melchizedek zegende Abraham en vervolgens schonk Abraham hem een tiende deel van de buit die hij had veroverd op de koningen.

Feitelijk is dit niet zo’n sterk Bijbels argument voor het geven tiende, want we lezen maar één keer dat Abraham een tiende geeft en nog niet eens van zijn inkomsten, maar van de oorlogsbuit.

In Genesis 28:22 lezen we vervolgens weer van de tiende en wel van Jakob die God de belofte doet; ‘Van alles wat U mij geven zult, zal ik U zeker het tiende deel geven’. Hierbij kan men zich afvragen aan wie hij dat dan gegeven zal hebben. Er waren geen priesters, geen tempel. Misschien gaf hij het aan de armen en offerde hij er een deel van aan de Heer, bijvoorbeeld van de oogst of het vee. Maar het belangrijkste is dat het hier duidelijk niet om een gebod van God gaat, maar om een belofte van Jakob aan de Heer. Men kan hier dus ook niet zeggen dat op basis van deze tekst, men verplicht zou zijn God een tiende van de inkomsten te offeren.

Hieruit kunnen we gerust concluderen dat, voordat de wet van Mozes was ingesteld, men nog helemaal niet verplicht was om de tiende te betalen.

De wet van Mozes.
Pas later als de wet kwam, werd ook de tiende een onderdeel van die wet. De tienden geven werd ingesteld onder de wet van Mozes en was dus toen wel degelijk een gebod voor de Israëlieten. Er werd toen o.a. tienden gegeven van de oogst, van de vruchten en van de eerstgeboren dieren. Dat moest men dan wel van het beste geven wat men had. Het ging dus in eerste instantie feitelijk niet over geld. De reden echter waarom God dit gebod instelde, had te maken met het levensonderhoud van de Levieten. God zorgde op deze manier voor Zijn dienaren. Zij diende in de Tabernakel en mochten van God geen bezittingen hebben zoals de andere stammen van Israël wel hadden. Dus waren ze volledig van deze tienden afhankelijk. (Lees Deut.10:9 en Num.18:21)

Toen Jezus op aarde wandelde werd er door de Israëlieten nog steeds tienden gegeven, om de eenvoudige reden dat Israël nog steeds onder die wet leefde en het geven van de tiende nog steeds beschouwd werd als een onderdeel van de wet.

Maar hier komt nu het misverstand.
Men kan nu niet zeggen dat dit dan ook maar automatisch geldt voor de Nieuw Testamentische gemeente die geboren is op de Pinksterdag (Hand.2). Want we zijn door Jezus vrij gezet van de wet en dus ook van de wet van de tienden (Rom.7:6).  Let wel Jezus heeft de wet niet opgeheven, maar zijn uiteindelijke bestemming gegeven, lees ook Gal.3:19-26, Rom. 10:4 en Jer.31:33-34.

Dat verstaan we o.a. ook uit het volgende voorbeeld. Tijdens een vergadering van de apostelen te Jeruzalem, waarvan we het verslag kunnen lezen in Hand. 15, wordt klaar en duidelijk gezegd dat de heilige Geest de heidense volkeren die tot het geloof in Jezus kwamen, geen andere lasten meer zal opleggen, dus ook niet de wet van de tiende. (Lees speciaal vers 28,29)

God beroven?
De mensen die zich toch nog aan de oud Testamentische wet van de tiende vasthouden, refereren vaak naar de volgende tekst uit Mal.3:8-10:

Zou een mens God beroven? Werkelijk, u berooft Mij! En dan zegt u: Waarvan beroven wij U? Van de tienden en het hefoffer! U bent door de vloek getroffen, omdat u Mij berooft, als volk in zijn geheel. Breng al de tienden naar het voorraadhuis, zodat er voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de HEERE van de legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn.

Men stelt dan op basis van deze tekst, dat we God beroven als we geen tiende betalen en dat God ons aanmoedigt Hem op de proef te stellen (of uit te dagen), of Hij zich wel aan Zijn belofte zou houden.

Maar waar gaat dit Bijbelgedeelte nu werkelijk over? In het boek Maleachi roept God het volk van Israël op om weer teug te keren tot Hem. We hebben het hier nog steeds over de Oud Testamentische situatie, dus met alles wat hoorde bij de Joodse erediensten en wetten. Daarom zegt God hier dat Hij ze zal zegenen, als ze zich weer houden aan de wettische instellingen, zoals Hij die door Mozes aan hen heeft gegeven. Dus om Hem weer opnieuw te eren met hun tienden en hefoffers. Het gaat dus om het gehoorzamen van God, als teken van bekering.

De gemeente van de Heer is echter een heel nieuwe tijd binnen gegaan en is zelfs door de wedergeboorte, vrij gemaakt van de wet. Jezus heeft de wet voor ons vervuld en heeft ons binnen gebracht in de tijd van genade. Hij heeft Zijn wetten door de wedergeboorte, in ons hart geschreven en als we echt wedergeboren zijn, dan zullen we ook de vrucht van de Geest voortbrengen (Gal.5:22). Zo geeft God Zijn zegeningen wel aan ons, maar niet meer op basis van onze tienden of enig ander offer van ons, maar op basis van het offer van Jezus op Golgotha (lees ook Rom. 6:14).

Onze offers, hoe zit dat dan?
In het Nieuwe Testament worden we als gemeente in de eerste plaats opgeroepen om geestelijke offers te brengen, namelijk onze lofoffers en uitingen van dankbaarheid aan de Heer (Lees 1 Petr.2:5). Deze offers zijn als een lieflijke geur voor God, Hij verlangt er dus intens naar. Maar ook hier, als we de Heer prijzen, gaat het niet in de eerste plaats om de uitingen zelf, maar om de gesteldheid van ons hart.

Zo ook mogen we de Heer in deze tijd van ons bezittingen offeren en Hij belooft ons daarvoor te zullen zegenen. Wat we de Heer brengen, moet echter altijd offerswaardevol voor Hem zijn en dat is het alleen als het een echt offer is. Daarvoor kijkt God dus weer niet eerst naar de grote van ons offer, maar naar ons hart. Het wordt dus pas een offer als we met ons hart geven, dus uit liefde en… het ons dus echt iets kost. Want als we iemand liefhebben en we willen hem of haar iets geven, dan gaan we ook niet op zoek naar waardeloos prul, maar we willen iets geven wat uitdrukking geeft aan onze liefde en genegenheid. Zo is het bij God, pas als we met de goede motivatie geven, zal Hij ons zegenen en ons uit liefde voor ons, ook weer terug geven. Het is dus wederkerig en God is een overvloedige God, Hij is beslist niet gierig. Alleen… zijn overvloedige zegeningen zijn niet altijd alleen in aardse goederen. Maar Hij wil ons ook zegenen in overvloedige blijdschap, vrede, geluk en diepe zalving van de heilige Geest etc.. (Lees Efeze 1: 3).

Geven is dus wel belangrijk.
Laten we wel altijd geven vanuit de juiste motivatie, want daar zal Hij Zijn zegen over geven. Dat deed bijvoorbeeld die arme weduwe uit Luk. 21:2. Haar gave was in absolute zin niet zo groot, het waren maar twee koperstukjes. Maar ze gaf ze met haar hart. Het was zelfs haar hele levensonderhoud, ze had dus alles voor God over. Dit is het praktische voorbeeld, dat Christus ons voorhoudt. Hij kijkt niet naar de gave op zichzelf, maar Hij kijkt naar de bron, waaruit die gave ontspringt.

Daarom, als ons hart echt bewogen is door de liefde van God, zullen we ook bereid zijn om Zijn werk ruim ondersteunen. Want het is Gods hartsverlangen dat Zijn werk doorgaat. Door zending financieel te ondersteunen, dragen we zelfs indirect bij aan de grote zendingsopdracht van Jezus (Marc.16:15). We kunnen nu eenmaal niet allemaal uitgaan naar verre plaatsen om mensen te winnen voor Jezus, maar we kunnen het wel voor anderen mogelijk maken door onze offers.

Ook is het uiteraard goed en Bijbels om uw eigen gemeente, waar u dus geestelijk gevoed wordt te ondersteunen b.v. met een ruime maandelijkse financiële bijdrage (lees ook Gal.6:6). En natuurlijk, het werk van God kan onmogelijk voortgaan als er onvoldoende financiële middelen zijn. We moeten beseffen dat onze bijdrage wel als een offer aan de Heer moet zijn en dus niet een fooi, of iets dergelijks. Bijvoorbeeld het klein geld wat we in een collecte bus doen voor één of ander goed doel, wanneer die langs onze deur komt. De collectes in de erediensten zijn absoluut niet hetzelfde als zo’n collecte bus, die af en toe bij u aan huis komt. Natuurlijk, we kunnen ook op andere wijze onze bijdrage geven, maar hoe dan ook is het geven van geld, voor het onderhoud van Gods werk in de gemeente, ook een heilig offeren aan God. We zijn dus niet klaar met een fooi, ondanks dat er voor ons geen wettische norm van tien procent meer is.

Als het niet gaat om tien procent, om hoeveel zou het dan gaan?
Wel feitelijk om alles! Misschien zou u zelfs wel meer dan tien procent kunnen geven? (lees Luc.14:33). Daar schrikt u misschien van. De Heer wil ons helemaal, heel ons leven dus, onze tijd, onze bezittingen. Ja zelfs alles wat we bezitten zou in principe beschikbaar moeten zijn, als God het van ons vraagt. Alles is feitelijk al van Hem (Haggaï 2:9), maar des ondanks wil Hij dat we het uit liefde aan Hem geven en niet uit dwang. Denk er even over na: mag God uw huis, uw auto, uw spaargeld gebruiken, als de Heer u kenbaar zou maken dat Hij dat nodig zou hebben??

Denk ook eens aan de ontmoeting van Jezus met die rijke jongeman. Deze man kwam bij de Jezus en zei dat hij alle geboden onderhield. Zeker gaf hij ook zijn tienden. En wat zei Jezus tegen hem, als hij vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te beërven? Lees Luc.18:22 “Verkoop al wat u hebt en deel het uit onder de armen en u zult een schat hebben in de hemel. En kom dan en volg Mij “.

Rijk worden door tiende geven, kan dat wel?
Bij alles wat we aan God geven, gaat het dus altijd om de gesteldheid van ons hart en niet in de eerste plaats om wat wij terug zullen ontvangen. Aan de andere kant beloofd God ons wel, om ons overvloedig te zegenen als we Hem willen geven en dus niet alles alleen maar voor ons zelf willen houden. Lees daarvoor 2 Kor.9:6 “Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten”.

Deze tekst wordt vaak gebruikt om mensen aan te moedigen, om maar steeds meer geld te geven, want ze krijgen hiervoor toch steeds meer terug. Je zou dit misschien uit deze tekst zo kunnen begrijpen, maar…en dat vergeet men vaak, dit is beslist de verkeerde motivatie om iets aan God te geven. Natuurlijk kan God ons rijk zegenen en soms ook in aardse goederen, maar daar gaat het de Heer niet in de eerste plaats om. Integendeel, Jezus waarschuwt juist dat we niet de mammon en God tegelijk kunnen dienen. Als christenen moeten wij onze schatten juist verzamelen in de hemel en niet op de aarde. De uitleg dat God Zijn hemel vensters zal openen als we hem gehoorzamen zijn, is op zichzelf Bijbels en juist. Maar het klopt niet als  daarmee bedoeld wordt, dat we dan rijk worden aan aardse goederen, alleen maar omdat we tiende betalen.

Natuurlijk zijn er die door de Heer zo overvloedig gezegend zijn in materiele goederen, dat ze rijk geworden zijn. Daar is helemaal niets mis mee. Alleen Hij doet dat niet opdat we daardoor steeds meer voor ons zelf zouden kunnen leven. Hij doet dat speciaal, opdat we instaat zullen zijn om anderen te zegenen met onze goederen en in het bijzonder Zijn werk nog meer kunnen gedenken.

Gebed: ‘Heer, hier is mijn leven, mijn alles, het is voor U. Leidt U me maar hoe ik om mag gaan met wat U hebt gegeven en leert U me hoe ik blijmoedig mag geven van alles wat ik bezit.’

Napraten? Dat kan, u krijgt altijd antwoord: KLIK HIER

Meer studies: www.evangelisch-nieuws.nl

Geplaatst in geld, geldzucht, hebzucht, Wetticisme | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Geestelijk leiders moeten ook open staan voor correctie.

door Henk Herbold

We krijgen er allemaal in de christen gemeente mee te maken. Iedereen staat in feite bloot aan kritiek en wel het meest geldt dit voor degene die iets doen in de gemeente. Gemeenteleiders zullen er daarom zeker mee te maken krijgen en op dit punt spreken we zelf ook uit ervaring. Welke beslissing een voorganger, oudste of welke andere gemeente leider of leidster ook neemt, er zullen altijd voor- en tegenstanders zijn. Onze ervaring is dat je het feitelijk nooit iedereen naar het zin kan maken, hoe goed je je best ook doet. Maar uiteindelijk gaat het daar ook niet om, maar veel meer om de verheerlijking van de naam van Jezus in de gemeente en niet dat iedereen gelijk krijgt.

Kritiek kan ook opbouwend zijn.
De Bijbel zegt: “Daarom, wie denkt te staan, laat hij oppassen dat hij niet valt.”( 1 Kor.10:12). Mensen die zich afsluiten voor de mening van anderen, zijn gevaarlijke mensen in het leiderschap. Leiders die zich afsluiten voor kritiek van medewerkers of collega’s in de dienst van God, ervaren kritiek meestal als een aanval in plaats van een mogelijke aanvulling en verrijking. Een van de kenmerken van geestelijk leiderschap is juist het vermogen om Gods leiding te verstaan door middel van de bijdrage die uit de groep om je heen komt.

Door de doop in de heilige Geest heeft iedere christen de inwoning van de Geest Gods in zich. Door de werking van de Geest in ons, kan dus elke gelovige Gods leiding ervaren. Het is m.a.w. geen exclusief voorrecht voor één leider. Om die reden is het juist een zegen als een leider voor opbouwende kritiek open kan staan en er op een geestelijke wijze zijn voordeel er mee doet; uiteraard alleen als kritiek uit de juiste bron voort komt en niet b.v. uit een bitter hart of uit jalousie.

Kritiek kun je echter alleen accepteren, als je ook bereid bent open en eerlijk te zijn als het gaat om de dingen die verkeerd gaan en niet voortdurend bezig bent je eigen fouten zoveel mogelijk te verdoezelen. Natuurlijk, de leider is geroepen een voorbeeld te zijn, maar hij hoeft niet te pretenderen dat hij de perfectie op aarde is. In het leven van alledag zijn die mensen die denken nooit fouten maken juist niet geloofwaardig. Deze mensen lijken zo ver verwijderd van de strijd die de meesten van ons dagelijks voeren, dat we ons daar niet in herkennen. We kunnen ons veel beter identificeren met iemand die evenals wij, verzoekingen kent en het daar soms moeilijk mee heeft. Een leider komt wel vaker in de verleiding om zijn fouten te bedekken. Daarom kan hij het beste onmiddellijk zijn falen onder ogen zien en vergeving vragen als dat eventueel nodig is. Daarmee zal hij juist nog meer een voorbeeld zijn voor anderen.

Maar er zijn ook mensen die fouten zoeken.
Het is vooral voor gemeente leiders van groot belang dat we niet te overgevoelig zijn, als anderen kritische opmerkingen maken. Niemand is echt ongevoelig voor kritiek, maar overgevoeligheid op dit punt kan ons totaal verlammen en is feitelijk niets anders als ons eigen ik, wat te snel beledigd is.

En ja, er zijn ook mensen die voortdurend naar foutjes zoeken. Dat zijn vaak degenen die zelf aan de kant staan en die het beste weten hoe anderen zouden moeten handelen. Heel vaak heeft men het over de splinter in het oog van de ander en men vergeet daarbij de balk in eigen oog (Lees Mat.7:3-5). Daar komt nog bij, dat mensen die niet wezenlijk iets bijdragen aan de gemeente, zelf veel minder zichtbaar zijn en dus krijgen ze zelf ook zelden kritiek. Het is tragisch, maar sommige mensen doen uit angst iets verkeerds te doen, maar helemaal niets meer, omdat men gewoon bang is voor kritiek.

Maar de man die uit angst om fouten te maken niets uitvoerde, werd door de Heer echter zwaar veroordeeld. In Mattheüs 25 lezen we dat tot de man die zijn talent in de grond stopte, gezegd werd: ‘Jij luie en nutteloze slaaf.’ In Efeze 4:16 lezen we ook over het lichaam van Christus, waarvan alle onderdelen als een welsluitend geheel bijeengehouden moet worden door de dienst van al zijn geledingen. Dus door hetgeen wij allemaal persoonlijk kunnen bijdragen, omdat we allemaal organen zijn van dat zelfde lichaam van Christus.

We weten dat we geen van allen nog volmaakt functioneren en dus dat betekent dat er best nog wat te corrigeren valt aan ons. Als dienaren van God zullen we ons hart erop moeten zetten, de Heer te dienen op de beste manier die voor ons mogelijk is, maar toch zullen er altijd dingen zijn die nog onvolkomen zijn.

Kritiek, wat doen we er mee?
Maar wat doen we er mee, als andere mensen kritiek hebben? Moeten we er naar luisteren en ons er door laten beïnvloeden, of moeten we kritiek maar gewoon laten voor wat het is? En wat te doen als wij anderen fouten zien maken en wij dus zelf kritiek hebben op medebroeders en zusters? Moeten we onze op- en aanmerkingen dan maar voor ons houden, of moeten we hen er op aanspreken? Het is zeker eenvoudiger om de ander maar gewoon niet te confronteren met zijn misstappen, maar ook dit kan van liefdeloosheid getuigen. Omdat we dan uit angst voor weerstand onze mond maar houden en toelaten dat die ander een verkeerde weg op gaat. Beter is het om God te bidden om de juiste woorden en de juiste gesteldheid van ons eigen hart en vooral ook het juiste moment waarop we de dingen zullen zeggen die op ons hart zijn.

We zullen ook zelf altijd moeten luisteren naar kritische opmerkingen, wanneer ze voortkomen uit liefde en bewogenheid, ongeacht of we het er mee eens zijn. Tenminste zouden we hetgeen ons in liefde gezegd is, biddend kunnen overdenken. Mogelijk dat Gods Heilige Geest ons toch duidelijk maakt dat ons eigen inzicht onjuist is en dat we dingen moeten veranderen. Sta er in ieder geval voor open en besef dat we altijd anders naar onszelf kijken dan anderen naar ons.

Je bent broeders en zusters en je vormt samen een geestelijk gezin. Je kent elkaar en ook vaak elkaars zwakke punten. In een gezin zal zeker ook over verkeerde dingen gesproken worden. Maar door de liefde weet degene die het treft, dat zijn familieleden hem vanwege zijn zwakheden nooit zullen laten vallen. Het gezin waar hem zijn fouten getoond worden, wordt dus ook zijn schuilplaats en zou zo het moeten zijn in de gemeente van de Heer.

Onder vier ogen.
Wanneer wij in de gemeente merken dat een broeder of zuster niet de goede weg bewandelt, hoe stellen wij ons dan op? Natuurlijk laat je hem niet aanmodderen, je laat degene van wie je houdt niet de vernieling ingaan. Ook Jezus zei dat heel duidelijk. ‘Als uw broeder zondigt, bestraf hem onder vier ogen. Als hij naar u luistert, hebt u uw broeder gewonnen’ (Matt.18:15,16).

Uit de woorden: ‘Bestraf hem onder vier ogen’ blijkt, dat Jezus alleen maar denkt vanuit de liefdeband die er is tussen broeders en zusters. Normaal zal je niet gemakkelijk de fouten van je broer of zuster in het publiek op tafel brengen. Hoe komt het dan dat dit onder geestelijke broeders en zusters wel heel vaak gebeurt? Dat moet er toch iets fout zijn met de liefdeband die we zouden moeten hebben.

Wanneer je kritiek hebt op je broeder, dus…. als je denkt dat het fout met hem zit, ga er dan niet met iedereen over spreken. Ga naar hem persoonlijk toe en spreek over je twijfels. Dat is de Bijbelse weg. Pas als je zeker bent van je vermoedens en de ander wil, na herhaaldelijk waarschuwen niet luisteren, dan pas mag je er een andere (vertrouwde) persoon in betrekken. Het doel is dus nooit, om iemand eens even goed de waarheid te zeggen. Het enige doel is dat de liefdeband mag blijven.

In Galaten 3:1-3 zegt Paulus dat we een broeder die zondigt in een geest van zachtmoedigheid terecht moeten wijzen. Wij kunnen elkaar zo ‘recht voor de raap’ iets zeggen, de Bijbel leert het ons hier echter anders. Paulus zegt daar nog bij, dat we maar niet al te hoog van de toren moeten blazen, want ‘u mocht ook eens in verzoeking komen’. En in vers 3 zegt hij: ’Want als iemand zich verbeeldt, dat hij iets is, dan vergist hij zich zeer’.

Als echte broeders en zusters mogen wij elkaar terecht wijzen, maar wel in een geest van verdraagzaamheid (vers 2), liefde en acceptatie, en bovenal met een nederig hart.

Is kritiek dan altijd nodig?
Wanneer het gaat om zonden, vooral van ernstige aard, zaken die dus duidelijk tegen Gods Woord ingaan, dan is correctie hoe dan ook noodzakelijk. Het blijft natuurlijk altijd de vraag wie dat zou moeten doen en of we wel instaat zijn het op de juiste manier te doen, maar hoe dan ook kunnen we zonden niet laten voortbestaan in de gemeente.

Maar niet alles wat in onze ogen fout is, moet bekritiseerd worden. Hoe vaak is er alleen maar sprake van: een ander inzicht, andere beleving met de Heer of een andere achtergrond. De grote vraag is nu: is het nodig kritiek uit te oefenen op mensen die op een bepaald punt anders denken dan wij? Om personen die bijvoorbeeld progressiever ingesteld zijn te corrigeren omdat wij veel behouder zijn? En is het aan de andere kant altijd nodig je de kritiek aan te trekken die op jou uitgeoefend wordt, als er Bijbels gezien niets fout is?

Het is ook belangrijk dat we onderkennen welke geest er achter de dingen zit. Het is voor velen moeilijk te ontdekken dat Gods Geest kan werken op een manier die niet de onze is. Dat zien we al heel gauw als jongeren God willen dienen op een voor de ouderen generatie minder aansprekende manier. We vergeten dan vaak dat God niet per definitie ouderwets is. God zegt in Zijn Woord, “zie Ik maak iets nieuws” (Jesaja 43:19)

Om het juiste inzicht daarin te hebben, zullen we geestelijke mensen moeten zijn, dus mensen die geleid worden door de Heilige Geest. Vanuit diezelfde Geest zullen we ook altijd eerst bij onszelf nagaan of wij zelf wel goed staan. Of we niet zelfgenoegzaam zijn geworden in het idee dat het goed is zoals wij het doen en zoals we het altijd al gedaan hebben. Wanneer Gods Geest ons vult, zal Hij in de eerste plaats zijn licht laten vallen in ons eigen hart om ons aan te tonen wat onze ware drijfveren zijn. Fouten mogen natuurlijk gecorrigeerd worden, maar het kan ook zijn dat je geïnspireerd wordt door irritatie, je kritiek is dan beslist niet van de Heer.

De Heer wil dat zijn werk doorgaat en dat de boodschap van Gods liefde deze wereld overgaat. Dit gebeurt ook inderdaad op allerlei wijzen en manieren. Het is de duivel er om te doen deze voortgang te stagneren. Laat ieder zichzelf daarom eerst onderzoeken of zijn eigen hart wel zuiver is. Of er werkelijk bewogenheid is vanuit de Geest van de Heer. Het kan zijn dat er iets anders meespeelt: angst om mensen voor het hoofd te stoten, angst voor het nieuwe inzichten, angst nieuwe liederen die de oude verdringen, angst voor nieuwe manier van lofprijzing. Nieuwe manieren waar wij dan wel niets mee hebben, maar daarom nog niet fout hoeven te zijn. Als we niet leren eerst de diepste gronden van ons eigen hart te onderzoeken, hoe zouden we die van anderen dan kunnen beoordelen? Soms is het zelfs beter om te zwijgen en je eerst eens ernstig af te vragen, waarom je zo kritisch gestemd bent.

Conclusie.
Niet alle kritiek is afbrekend en dus fout, we kunnen soms ook van anderen leren. Maar natuurlijk zullen we het gemakkelijker aannemen van mensen die ons in liefde benaderen. We weten immers dat zij het beste met ons voor hebben. Sta in ieder geval open voor correctie, ook een geestelijk leider is niet volmaakt.

Zowel degene die kritiek levert moet zich laten vullen met de Geest van God, alsook degene die de kritiek ontvangt. We hebben ook de onderscheiding van de Heilige Geest nodig om te weten, welke geest er spreekt. Ook hiervoor gelden de woorden van de apostel Johannes: ’Vertrouw niet iedere geest, maar onderzoek de geesten, of zij uit God zijn’ (1 Joh.4:1). Gods werk moet doorgaan in deze wereld. Laten we daarom bovenal onze broeders en zusters bemoedigen en niet te snel bekritiseren. Waar wij zo snel zijn met het waarschuwende vingertje, laten wij ons gaan trainen in het uiten van positieve waarderingen. Laten we sneller zijn met positieve kritiek dan met negatieve woorden.

Misschien wilt hierover met ons verder praten? Dat kan: KLIK HIER

Geplaatst in gemeente, leiders | Tags: , | 2 reacties

Kinderen hebben een belangrijke plaats in de gemeente.

Door Henk Herbold

Jezus had special liefde en aandacht voor het kind. Hij sloot ze zeker niet uit in Zijn bediening, maar had juist aandacht en tijd voor ze. Om die reden zullen ook wij aandacht en tijd voor ze moeten hebben, willen we tenminste dat onze kinderen via ons de Heer Jezus leren kennen. God vindt het absoluut van het hoogste belang, dat wij ons best doen om Zijn Woord in de harten en gedachten van onze kinderen te brengen, zodat ze een eigen keus kunnen maken om God lief te hebben en te dienen. In Deuteronomium 6:5-7 staat dat we onze kinderen voortdurend en op verschillende manieren moeten vertellen, dat het belangrijk is om God lief te hebben.

“Daarom zult u de Here, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht. Deze woorden, die ik u heden gebied, moeten in uw hart zijn. U moet ze uw kinderen inprenten en erover spreken, als u in uw huis zit en als u over de weg gaat, als u neerligt en als u opstaat”.

Uiteraard kan dat alleen als we ook zelf in het dagelijks leven laten zien, dat Gods woorden belangrijk voor ons zijn, dat we Hem liefhebben en dus willen dienen. Kinderen zien al heel snel of iets echt is of namaak.

Ouders zijn het voorbeeld.
Laten we ook niet vergeten dat het kind zich meestal spiegelt in zijn ouders. De kinderen van nu zijn al heel jong slim genoeg, om het gedrag van hun ouders door te hebben. Het is dus moeilijk kinderen iets te leren waar we zelf nog fout in gaan. Kinderen imiteren nu eenmaal vaak het gedrag van volwassenen. Het is belangrijk dat we eerlijk zijn tegenover onze kinderen, dat we zonodig toe te geven dat iets fout is en dat we ook bereid zijn om vergeving te vragen. Dat we ons daar als ouders niet te groot voor voelen.

Kinderen zijn heel snel, in het aanleren van de dingen die ze om zich heen zien. Ouders zijn nu eenmaal een voorbeeld voor hun kinderen zowel in goede als verkeerde zaken. Kinderen hebben dus niet alleen onderwijs nodig, ze willen het evangelie zien en wel in de eerste plaats van hun gelovige ouders.

Een kinderclub of kinderkerk is daarbij bijzonder waardevol en mag zeker niet een soort kinderopvang zijn tijdens de samenkomst, zodat de volwassenen maar geen last van ze hebben. Het is juist een ideale gelegenheid om de kinderen geestelijk voedsel te geven, waar ze wat mee kunnen. Want kinderen willen zoveel mogelijk echtheid, dus niet alleen mooie verhalen, maar we moeten ze tegelijk vertellen ‘wat ze er praktisch mee kunnen’.

De gemeente van morgen.
Het wordt nog wel eens gezegd over de kinderen in de gemeente: ‘de kinderen zijn de gemeente van morgen’. De bedoeling is goed, want men wil daarmee aangeven dat ze belangrijk zijn en dat ze recht hebben op een plaats in ons midden en onze aandacht. Maar… kinderen zijn niet de kerk van morgen, maar van nu! Zij leven vandaag en maken zelfs het belangrijkste deel uit van de gemeente. Want een gemeente die geen tijd en aandacht heeft voor kinderen, zal langzaam maar zeker haar frisheid verliezen en sterft vroeg of laat uit. Als dus het geluid van blije zingende kinderen niet meer gehoord wordt in de gemeente, dan wordt het wel rustiger, maar die rust is juist gevaarlijk. Want als er geen kinderen meer zijn, zal de gemeente vroeg of laat verdwijnen. Ook in Jezus dagen, toen Hij bijvoorbeeld Jeruzalem binnen reed op een ezelin, waren het juist de kinderen die stonden te juichen en Hem toezongen. (Mat.21:15,16). De toenmalige geestelijk leiders ergerde zich er aan, maar Jezus dacht daar duidelijk anders over.

Het is ook heel begrijpelijk dat ouders met jonge kinderen een gemeente zoeken waar de kinderen het naar hun zin hebben. Dat is beslist niet verkeerd, want als je kinderen niet aangesproken worden en er geen aandacht voor ze is, dan zullen ze op een dag afhaken en dat willen we als ouders niet. Het is juist belangrijk dat ze tot bekering komen en de Heer Jezus leren kennen.

Kinderen en bekering.
Zodra kinderen tot besef van goed en kwaad komen, is er feitelijk geen verschil meer met volwassenen, ik bedoel als het gaat om hun behoudenis. In elk kind is al heel vroeg een hang naar belangrijk zijn, gezien worden en veiligheid. De wereld probeert hen te leren dat ze het zullen krijgen door bij ‘de groep’ te horen. Vooral op school speelt dat een belangrijke rol. Die drang om er bij te mogen horen, kan ze op een bepaalde leeftijd heel gemakkelijk verleiden, zodat geld, drugs, seks invloed op ze krijgen. Want wat de groep doet is dan bepalend. Laten we niet vergeten dat de duivel hun gedachten waarschijnlijk nog veel meer probeert te beïnvloeden, dan die van volwassenen. Maar het wordt anders als ze Jezus liefde op jonge leeftijd hebben leren kennen. Dan zullen ze er voor kiezen om Hem lief te hebben en te volgen en niet te doen wat de groep wil.

In ieder geval moeten kinderen net als volwassenen, zich bekeren en opnieuw geboren worden. Lees 2 Korintiërs 5:17 “Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping, het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden”.

Er wordt wel eens gezegd dat kinderen van gelovige ouders vanzelf in de hemel komen. Het is alleen de vraag of dat Bijbels gezien altijd zo is? Vaak wordt door christenen de tekst aan gehaald uit Handelingen 16:31, waar Paulus tegen de gevangen bewaarder zei: “Stel uw vertrouwen op de Heer Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis.”

In dat verhaal wordt de gevangenbewaarder, samen met zijn hele gezin gedoopt, dus je kunt ook zeggen dat het gehele gezin tot geloof in de Heer Jezus kwam, vader, moeder en kinderen. Maar wat bedoelde Paulus precies met de woorden “gij zult behouden worden, gij en uw huis”? In ieder geval kan er nooit uit begrepen worden dat onze kinderen zich niet zouden behoeven te bekeren, want ook de gevangenbewaarder en zijn hele gezin bekeerden zich.

Natuurlijk, gelovige ouders mogen hun vertrouwen op God stellen. Hun nog jonge kinderen zijn in Gods hand. En als ouders blijven bidden voor hun kinderen, mogen ze er op vertrouwen dat hun kinderen behouden zullen zijn, tenminste zolang ze nog niet instaat zijn om zelf een eigen keuze voor Jezus te maken. Tevens mogen ze ook weten dat God aan hun kind zal blijven werken, zodat het vroeg of laat tot bekering zal komen. Maar bekering… is geen automatisme, het geloof is geen erfgoed, kinderen erven het niet van hun vader of moeder.

Kinderen onderwijzen, opdracht en een roeping.
Het is dan ook voor ouders een opdracht, om hun kinderen te onderwijzen, met ze te bidden en ze te stimuleren hun hart te openen voor Jezus. En ook de gemeente waar we als het goed is, als gezin naar toe gaan, heeft die opdracht.

Er zijn er echter ook die daar een speciale roeping voor hebben. Dat zijn kinderwerkers die vervult zijn met de heilige Geest en vooral creatieve gave van God ontvangen hebben, om kinderen te boeien en hen bij Jezus te brengen. Het wordt niet vaak zo gezien, maar toch zijn zij één van de belangrijkste werkers die er zijn in de gemeente. Laten we niet vergeten hoe belangrijk het is, om juist onze kinderen bij de Heer Jezus te brengen, zodat ze Hem kunnen aannemen als hun persoonlijke Heer en Heiland. Daarnaast leert de Bijbel dat ook kinderen de heilige Geest kunnen ontvangen, net als volwassenen.

Hand.2:38, 39 “En Petrus zei tegen hen: Bekeert u en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de heilige Geest ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal. “

Het is zeer belangrijk om te onthouden dat kinderen dus ook dezelfde heilige Geest kunnen ontvangen als volwassenen. Kinderen kunnen daarom beslist ook de stem van de heilige Geest verstaan, zodat ze gewaarschuwd worden als verleidingen op hun weg komen. Daarom moeten we ze stimuleren een relatie met God te ontwikkelen.

Kinderen kunnen beslist al op zeer jonge leeftijd vervuld worden met de heilige Geest, lees daarvoor ook Joel 2:28 “Daarna zal het geschieden, dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees (= iedereen) en uw zonen en uw dochters zullen profeteren,..”.

Het hoort er feitelijk in de gemeente gewoon bij, dat ook kinderen vervuld worden met de heilige Geest en in tongen gaan bidden en zelfs in de Geest voor anderen bidden! Het ligt er maar aan of we ze ruimte willen geven om dat te doen. Zij hebben de doop en de gaven van de heilige Geest, net zo hard nodig als volwassenen in deze tijd.

Elke gemeente doet er daarom verstandig aan om te bidden voor werkers die daar inzicht in hebben en ook instaat zijn om kinderen daarover te onderwijzen, op hun niveau. Kinderen moeten namelijk anders onderwezen worden dan volwassenen. Lees 1 Korinthe 13:11 “toen ik een kind was, sprak ik als een kind, was ik gezind als een kind, overlegde ik als een kind.”

De gemeenteleiding van nu, zou dus naarstig op zoek moeten gaan naar de beste krachten die men heeft voor dit werk. Het mogen in geen geval alleen vrijwilligers zijn die toevallig tijd over hebben, maar geen roeping. Een gemeente zou ook bereid moeten zijn om offers te brengen voor kinderwerk, in de vorm van tijd, geld en energie, want daarmee investeren we in de kinderen. Wat we namelijk zaaien in het hart van kinderen, zal na verloop van tijd opkomen en vrucht gaan dragen. Werken met kinderen is dus werken met een visie op de toekomst.

Wat heeft prioriteit in de gemeente.
Veel gemeenten zijn helaas zo gericht op de dingen die volwassenen bezig houden, dat de kinderen erbij inschieten en dat terwijl de Bijbel dat heel anders leert.

Bijvoorbeeld in Matt. 19:13-15, lezen we dat de discipelen het maar niets vonden, dat er ouders waren die hun kinderen bij Jezus brachten. Jezus was druk aan het onderwijs geven aan volwassenen en nu kwamen die ouders met hun kinderen daar tussen door. Ze waren al bezig om die ouders weg te sturen. Maar Jezus floot Zijn discipelen terug en nam het hen zelfs kwalijk. Jezus zei:

“Laat de kinderen begaan en verhinder hen niet bij Mij te komen, want voor zodanige is het Koninkrijk der hemelen”.

Hij had juist veel aandacht voor de kinderen, nam de tijd voor ze, omarmde ze en legde ze de handen op om ze te zegenen. Wij zouden in navolging van Jezus het zelfde moeten doen, d.w.z. aandacht voor ze hebben, ze omarmen en zegenen.

De kinderen hebben dus een belangrijke plaats in de gemeente. De gemeente moet ook een thuis zijn voor de kinderen! Zij zijn ook de eerste die we het evangelie mogen brengen en die we voor Jezus kunnen winnen. Wacht daar dus niet te lang mee, want de wereld is ook druk bezig onze kinderen voor zich te winnen. Kinderen komen in contact met allerlei andere mensen in de samenleving. Kinderen gaan naar school, beoefenen hobby’s, gaan naar een sportclub, enz.. Ouders moeten zich goed realiseren dat er periodes in het leven van een kind zijn, waarin vrienden heel veel invloed op ze hebben en we kunnen ze niet volledig afschermen van deze wereld.

De kinderen en jongeren hebben gewoon een christelijk alternatief nodig en dat kost ook energie en tijd van de ouders. Het betekent bijvoorbeeld wel dat ouders soms heel wat kilometers zullen moeten rijden om hun kinderen naar jeugddiensten, praise avonden en speciale jongeren evenementen te brengen. Maar ouders met hart voor hun kinderen, hebben dat er graag voor over, want daardoor krijgen ze de gelegenheid om een christelijke vriendenkring op te bouwen. En dat zal ze zeker helpen om de weg van Jezus te blijven volgen.

Kinderen en het heilig Avondmaal
Kunnen jonge kinderen zo maar deelnemen aan de maaltijd van de Heer? Of zijn ze daarvoor bij voorbaat al te jong? Natuurlijk, de viering van het heilig Avondmaal in de gemeente is een heilig moment. Om die reden alleen al moeten we voorzichtig zijn om mensen zomaar deel te laten nemen en dat geldt ook voor kinderen. Het is daarom van groot belang dat kinderen al vroeg worden uitgelegd wat de betekenis is. Kinderwerkers zouden er goed aan doen om af en toe heilig Avondmaal met de kinderen samen te vieren, bijvoorbeeld als onderdeel van een lesprogramma daarover.

Ook ouders kunnen hier een belangrijke rol in hebben. Zodra kinderen met vragen hierover komen, zijn ze er mogelijk ook aan toe om zelf een keuze kunnen maken. Ouders doen er goed aan, om het niet af te wijzen, maar ze te vertellen over de waarde en de betekenis van de heilig Avondmaal viering, zodat ze het beter begrijpen.

Ga er dus niet automatisch maar vanuit dat kinderen niet serieus kunnen zijn als het gaat om het dienen van God. Ga vooral niet al te kinderachtig met kinderen om. Een kind begrijpt heel wat en denkt soms heel diep na over de dingen van het Bijbels geloof. Kinderen kunnen soms vragen stellen waar wij als volwassenen ook niet zomaar mee uit de voeten kunnen. Vragen en gedachten die diep gaan en getuigen een oprecht zoeken naar God.

In een aantal gemeenten is men er verlegen mee en durft men dat niet aan. Maar in de eerste plaats moeten we ons afvragen of onze kinderen ook echt bij de gemeente horen. En natuurlijk is dat zo… hoe kan iemand ooit ‘te jong’ of ‘te oud’ zijn om bij Jezus te horen en een kind van God te zijn? Nee, ze zijn zeker niet te jong. Vanuit dit standpunt gezien kunnen ze dan ook niet te jong zijn om deel te nemen aan onze Heilig Avondmaal vieringen, mits ze uiteraard daar goed in begeleid worden.

Voor de maaltijd van de Heer nodigt Hij iedereen uit, dus waarom de kinderen niet?avondmaal2 Alhoewel hier natuurlijk wel een taak ligt, voor zowel de ouders als de gemeente, om ook onze kinderen er op de goede manier bij te betrekken, door hen op de juiste wijze daarin te begeleiden.

Jezus laat zelfs de kinderen naar voren komen, wanneer omstanders ze uit zijn buurt willen houden. “… want het Koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het Koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan” (Marcus 10:14-15). Zouden wij dan in de avondmaalsviering kinderen over durven slaan?

Puberteit.
Vaak wordt gezegd: “Ja maar, een kind moet nog de puberteit door en dan gooit hij/zij misschien wel alle geloof overboord”. En ja, natuurlijk zou dat kunnen, al is het niet terecht daar op voorhand al vanuit te gaan. Laat ons ook niet vergeten dat veel volwassenen, net zo door moeilijke geloofscrisissen gegaan zijn. Daarbij komt dat kinderen en pubers nog meer, recht hebben op onze extra zorg en aandacht. Want de wereld trekt aan hen en de verleidingen zijn enorm. Ze hebben er recht op dat we hen niet te snel veroordelen, maar dat we begrip en vooral geduld voor hen kunnen opbrengen. Juist door zo’n crisis heen zullen ze mogelijk leren een eigen duidelijke keuze voor de Heer Jezus te maken en dat is belangrijk, want ze kunnen niet blijvend steunen op anderen.

Maar enkel het feit dat ze zich ‘mogelijk’ in de puberteit zullen afkeren van het evangelie, kan nooit een goede reden zijn om hen dan maar, bijvoorbeeld van het Heilig Avondmaal te weren. Ook volwassenen komen immers tot bekering, laten zich dopen en soms maken ze toch weer verkeerde keuzes. Het verschil is niet zo heel groot, we hebben allemaal iedere dag Gods genade nodig.

Veel beter dan kinderen afwijzen, is hen te laten weten dat God ze liefheeft, ondanks hun fouten en misschien puberaal gedrag. Laten we ze vooral niet veroordelen en op ze neerkijken, maar ze liefhebben en ze laten merken dat de deur altijd voor ze open staat. Op een dag zullen ze mogelijk terugkomen en dan moeten ze weten dat ze altijd welkom zijn. Wat er ook is fout gegaan, wij zullen hen nooit veroordelen.

Lees Lucas 15:20 “En hij stond op en ging naar zijn vader. En toen hij nog ver van hem verwijderd was, zag zijn vader hem en deze was met innerlijke ontferming bewogen en hij snelde hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem”.

Misschien wilt u er over napraten, dat kan: KLIK HIER

Geplaatst in gemeente, kinderen | Tags: , , , | 1 reactie

Stress, overspannenheid en burn-out bij geestelijk leiders.

door Henk en Diny Herbold

Adviezen uit eigen ervaring.
Stress, lijkt wel een kwaal van de hedendaagse maatschappij, het komt steeds meer voor en helaas ook onder geestelijk leiders, d.w.z. voorgangers, oudsten, gemeente leiders

Voor een deel is de oorzaak vaak heel praktisch, namelijk men heeft geen normale werkdagen. Je denkt 24 uur per dag en 7 dagen per week beschikbaar te moeten zijn en er is dan geen tijd voor ontspanning en weer opladen. Je hebt ook het gevoel dat er steeds meer van je wordt geëist, bijvoorbeeld omdat er in de gemeente te weinig mogelijkheden zijn om taken te delegeren naar anderen. Daarbij heb je vaak zelf ook niet tijdig je grenzen aangegeven, je ging maar door. Soms is de waardering die ieder mens nodig heeft, ook ver te zoeken. Mensen uiten vaak gemakkelijker kritiek dan een waarderend woord en op een dag voel je je uitgeput, of opgebrand. Je krijg moeite om te bidden omdat je je gedachten niet meer kan concentreren op God en je kunt geestelijk gewoon niet veel meer hebben. Het werk wat je nog doe in de gemeente, gebeurd op de automatische piloot en niet meer vanuit de rust en inspiratie die Jezus je kan geven.

Aanhoudende periodes van stress, kunnen ook grote gevolgen hebben. Soms leidt het tot een burn-out, met als gevolg chronische vermoeidheid, depressies en slaapstoornissen. Het kan je als geestelijk leider beslist overkomen, dat je met alles moet stoppen, alleen maar vanwege genoemde klachten. Je bent dan volledig uitgeschakeld en dat is precies wat satan wil. Mocht het je al zijn overkomen, dan heeft de Heer een boodschap voor je. Hij wil je volledig herstel en zegt in Jeremia 29: 11 ‘Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des Heren, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven’.

Praktijkvoorbeeld.
We hebben zelf in de loop van onze bediening met veel mensen hierover gesproken en zeker ook met leiders die zich opgebrand voelde. Door onze jaren lange ervaring, weten we uit ondervinding wat er door mensen heen kan gaan, als ze dit over komt. Hier volgt een voorbeeld uit de praktijk, met uiteraard een gefingeerde naam.

Peter is al achttien jaar voorganger in een Evangelische Gemeente. Aan het begin was hij enthousiast, bereidwillig en meelevend met de mensen in de gemeente. Precies zoals je van een voorganger mag verwachten. Hij deed niets liever dan anderen bijstaan en helpen. Daarnaast predikte hij ook regelmatig in de gemeente en ook dan besteedde hij veel tijd aan de voorbereidingen van de prediking en het gebed. Men kon op hem rekenen.

Naast zijn dagelijks werk was hij ook vader van een gezin. Langzaam maar zeker vroeg alles samen steeds meer van zijn vrije tijd, omdat ook de werkdruk in de gemeente steeds hoger werd. Dat had ook alles te maken met het feit dat hij pastoraal erg bewogen was de mensen in de gemeente, waardoor ook steeds meer mensen een beroep op hem deden. Daarnaast groeide zijn eigen kinderen op tot pubers en ook die vroegen steeds meer energie en aandacht van hem. Zijn vrouw kon de opvoeding niet langer alleen aan en had al eerder aangegeven dat ze hem daar meer bij nodig had. Kortom de situatie was nu duidelijk anders dan 15 jaar geleden, toen hij begon in de gemeente en bevestigd werd in de bediening. Voor Peter wordt het steeds moeilijker om de juiste keuze te maken, mede omdat hij zijn taak als voorganger als een roeping van God zag, waar hij dus niet zomaar mee kon stoppen.

Maar geleidelijk wordt zijn dienen van God steeds moeizamer, zijn geestelijke kracht neemt af, omdat de tijd steeds meer ontbreekt om contact met God te zoeken in het gebed en z’n preken zijn vaak herhalingen omdat er geen ruimte is voor echte Bijbelstudie. Nadat er een scheuring plaats vindt in de gemeente stort hij in. Hij is het vertrouwen in zijn naaste medewerkers kwijt en kan maar moeilijk de mensen vergeven die hem pijn hebben gedaan.

Enkele uitspraken van Peter: “Ik weet dat ik ze moet vergeven, ik heb er vaak zelf over gepreekt, maar op een of andere manier kan ik het niet meer loslaten. Het is zo onrechtvaardig dat je je altijd zo gegeven hebt, je vrije tijd en je tijd voor het gezin hebt opgeofferd om anderen dienstbaar te zijn en als dank word je belasterd en roddelen ze over je.”

Voorbeeld uit de Bijbel.
Feitelijk is dit verhaal niets nieuws, ook in de Bijbel vinden we er voorbeelden van. Bijvoorbeeld in 1Kon.19 wordt beschreven hoe Izebel, de goddeloze vrouw van koning Achab, de profeet Elia met de dood bedreigde. Waarschijnlijk moet deze profeet al langer onder spanning gestaan hebben, want dit dreigement was kennelijk de druppel die hem te veel werd. Hij zakte weg in een diepe depressie en begon zichzelf te beklagen. Hij heeft op dat moment alle kenmerken van een burn-out, zoals: een lage zelfwaardering, weinig of geen zelfvertrouwen meer, neiging tot passiviteit, isolatie, depressie, zelfbeschuldigingen.

Laten we ook niet vergeten, dat naast alle psychisch-emotionele factoren die we als dienaren van God kunnen ondergaan in zo’n situatie, er ook altijd sprake is van een geestelijke strijd (lees Efeze 6: 12). Satan is altijd bezig geweest Gods dienstknechten te trachten uit te schakelen.

Herkennen we dit ook niet in onze eigen bediening, Ook Peter, de voorganger in ons praktijkvoorbeeld, werd onder vuur genomen door satan, juist op zijn zwakste momenten. Bijvoorbeeld op het moment dat het thuis drukker werd en er meer van hem gevraagd werd in verband met de kinderen, kon hij de geestelijke strijd niet meer aan die er plaats vond in de gemeente. De pijnlijke scheuring die daar toen juist plaats vond, maakte dat hij onderuit ging. In het begin van zijn bediening zou hij het nog wel aan hebben gekund. Maar nu niet meer, vooral ook omdat voldoende tijd ontbrak om de dingen bij God te brengen en nieuwe kracht te kunnen putten uit God, die de bron is van leven en kracht. Het is net als een batterij die niet tijdig opgeladen wordt, op een dag stopt het. Het is duidelijk dat wie bezwijkt onder stress of burn-out, tot niet veel meer in staat is.

Ook voor Elia is de persoonlijke crisis waarin hij terecht gekomen is, op dit moment zo ernstig dat hij niet in staat is om aan de oplossing te werken. Maar in het verhaal van Elia zien we ook hoe God hem niet in de steek liet. Maar hij zond hem een engel, die hem wekte uit zijn slaap en hem tweemaal brood en water aanbood. Dit bleek later goddelijk voedsel te zijn, waardoor Elia weer krachtig werd. Wij hebben allemaal onze strijd en veel mensen in de Bijbel ook. Elia had het, maar ook mensen als Mozes, David en Paulus. Natuurlijk zijn we niet allemaal dezelfde. De één heeft er meer last van als de ander, de grens is bij de één sneller bereikt als bij de ander. Maar toch is niemand er echt vrij van. Wat een geluk dat we de Heer hebben in ons leven, die ons nooit in de steek zal laten en vooral, die ons begrijpt.

De Bijbel leert ook dat Jezus volkomen mens geworden is (Hebr.2:14-18), dus Hij was als mens gelijk aan ons. Jezus reageerde ook net als wij zouden reageren, als we in de omstandigheden terecht zouden komen waarin Hij was. Hij was bijvoorbeeld dodelijk beangst in de hof van Gethsemanee (Lucas 22:44). Je zou met andere woorden kunnen zeggen: “Hij maakte zich buitensporig veel zorgen”. Hij verschilde zelfs daarin niet echt van u en mij. Jezus is God en Hij werd tegelijk mens zoals u en ik. Maar gelukkig staat er in de Bijbel, dat er toen een reactie van de hemel kwam, net als bij Elia. Een engel verscheen aan Hem om Hem kracht te geven. Kennelijk had de Heiland dit ook nodig. Omdat Hij dat nodig had in die donkere uren, weet Hij als geen ander hoe zeer wij kracht nodig hebben als we in moeilijke uren zijn. Wij mogen met vrijmoedigheid roepen tot God, Hij zal ons niet afwijzen maar Hij begrijpt ons. (Hebr.4:15).

Aanwijzingen om stress te voorkomen of er van te herstellen.
1. Het is medisch vastgesteld, dat elk mens rust en ontspanning nodig heeft, om goed te kunnen blijven functioneren in dit leven. En ook wanneer je dingen ontspannen kan doen, dan doe je ze vaak een stuk beter. Vandaar dat het belangrijk is dat we tijd reserveren in ons dagelijks programma om te ontspannen en dat is echt iets anders dan alleen ’s avonds achter een televisie hangen.

Subtiele verwaarlozing van jezelf is één van de oorzaken van stress of uiteindelijk een burn-out. Je blijft maar door hollen en je denkt nauwelijks aan je eigen behoeftes of dat van je gezin. Ontspanning kan zelfs ten onrechte een schuld gevoel bij je te weeg brengen. Het gevolg is, dat je sneller geïrriteerd raakt en ook het gevoel voor humor en plezier maken verdwijnt. Door alsmaar door te gaan, pleeg je roofbouw op je lichaam. Ons lichaam is niet gebouwd om voortdurend te presteren. Door vaker te ontspannen functioneer je beter, thuis en in het werk van God. Neem dus tijd voor ontspanning, reserveer er gewoon tijd voor, God wil het ook. (Lees Marcus 6:31)

2. Elk mensen zal regelmatig worstelen met zorgen of problemen, ook mensen die in de bediening staan. Feitelijk is niemand echt volkomen stress bestendig, want we hebben uiteindelijk allemaal een breekpunt. Mede om die reden is het van groot belang om een gebedsleven te hebben, waar we leren om onze problemen over te geven in Gods hand en ook los te laten. We weten dit wel, maar het kost tijd, het gaat niet zo maar vanzelf. We blijven mensen vol van emoties. Het medicijn voor onze oververmoeidheid en stress is een intiem leven met Jezus.

Omdat ook Jezus angstig was in de hof van Gethsemanee, weten we dat Hij ook onze onrust of angst begrijpt. Gods rust en vrede heeft ook niet in de eerste plaats met onze omstandigheden te maken. Gods rust heeft te maken met een diepe blijvende zekerheid, dat je toch wordt beschermd door de Heer, dat je dus veilig bent in het midden van de storm. Als die zekerheid weer tot ons doordringt, geeft het weer innerlijke rust. Hij draagt ons, als een moeder haar kind. Zijn liefde is een kracht die ons in alle omstandigheden van ons leven wil dragen.

Psalm 68: 20,21 zegt “Geprezen zij de Here. Dag aan dag draagt Hij ons; die God is ons heil. Die God is ons een God van uitreddingen, bij de Here Here zijn uitkomsten tegen de dood.”

3. Besef dat geestelijk werk alleen gedaan kan worden als we kracht putten uit de bron van leven, d.w.z. neem dagelijks tijd om te bidden, Bijbel lezen en daarover ook na de denken. Lees Psalm 1:2,3 “… maar die zijn vreugde vind in de wet van de Heer en Zijn wet dag en nacht overdenkt. Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, waarvan het blad niet afvalt; al wat hij doet, zal goed gelukken”.

Stop dus met alle werk voor de Heer, waarbij je merkt dat het ‘in de plaats komt’ van de tijd die je aan gebed zou moeten besteden. Je kunt niet alles, dat wordt ook helemaal niet door God van ons gevraagd. Zodra je merkt dat het werk zoveel wordt, dat er geen voldoende tijd meer overblijft voor gebed en Bijbelstudie, ben je in eigen kracht bezig. Je gaat over op de automatisch piloot en langzaam maar zeker wordt alles routine en verdwijnt de passie en de kracht.

Een goed voorbeeld is Hand.6:3-4, waar de apostelen bemerkte dat ze teveel belast werden met het helpen van de vele armen die er in die tijd waren. Ze hadden meer tijd nodig voor gebed en om de gemeente te onderwijzen. Om die reden hebben ze de gemeente gevraagd, zeven mannen aan te stellen die deze taak van hen konden overnemen.

4. Zet je gezin op de eerste plaats. Het is belangrijk om je af te vragen, welke plaats je huwelijk en gezin heeft in verhouding tot het werk van God. Wanneer je voorganger of gemeenteleider bent, dan heb je niet alleen een verantwoordelijkheid voor de gemeente of bediening, maar in de eerste plaats voor je gezin. Uit heel veel pastorale gesprekken blijkt dat veel vrouwen van leiders zitten met het gevoel dat zij wat het gezin betreft, de kar alleen moeten trekken.

Soms moeten vrouwen zelfs de geestelijke verantwoordelijkheid nemen voor iets, waarin hun man feitelijk de eerste stap zou moeten zetten. De man is door God immers aangesteld als de priester in zijn huis en dit geldt dubbel voor geestelijk leiders, omdat die een voorbeeld moeten zijn in de gemeente en dus ook voor hun gezin (1 Kor.11:3 en Efeze 5;23). Veel vrouwen verlangen naar geestelijke intimiteit, intens gebed, samen strijden voor de problemen die in een gezin op je af komen.

In 1 Tim.3:4 staat dat een dienaar van God, goede leiding aan zijn gezin moet geven, m.a.w. we moeten goede ouders zijn, anders kunnen we in de gemeente niet dienen. Het werken voor de Heer, mag nooit ten koste gaan van ons gezin en/of huwelijk. Mocht het wel zo zijn, dan zouden de zaken meer in balans moeten brengen. Als het thuis niet goed gaat, vreet dat zoveel energie bij ons weg, dat we ons in het werk van God niet meer volledig kunnen geven.

Het is dus belangrijk om elke dag te werken aan je huwelijk. Want een hechte huwelijksrelatie is één van de voorwaarde voor een sterk leiderschap in de gemeente. De huwelijksband is iets wat onderhouden moet worden, liefde die niet elke dag gevoed wordt zal op een dag sterven, net als een plant wat geen water ontvangt.

Als je er nu midden in zit, dan heb je een ontmoeting met God nodig.
Elia heeft niet in eerste instantie behoefte aan een ‘preek’ over hoe hij de zaken beter had kunnen aanpakken, maar veeleer aan een ontmoeting met de levende God zelf. Dat is dan ook precies datgene waartoe de Heer Elia roept: “Treed naar buiten en ga op de berg staan voor het aangezicht des Heren.” (1 Kon. 19:11).

Daar, buiten de spelonk waar Elia de nacht had doorgebracht, is hij getuige van één van de machtigste godsmanifestaties aller tijden. En toch, “In de wind was de Here niet… In de aardbeving was de Here niet… In het vuur was de Here niet… “ (1 Kon. 19:11-12). God ontmoette hij uiteindelijk in de stilte.

God ontmoeten in de stilte is echter niet eenvoudig, zeer zeker niet voor iemand die net een zodanig stress periode achter de rug heeft, dat hij er haast aan bezweken is. Maar toch ligt voor Elia het herstel van zijn burn-out, in een periode van intensieve maar intieme omgang met zijn Heer. Dat is vandaag nog niet anders. Zoek de Heer terwijl Hij zich laat vinden (Jes.55:6).

Advies nodig? Dat kan, discreet en eventueel anoniem: KLIK HIER. U krijgt altijd antwoord.

Geplaatst in coachen, geestelijk leiders, gemeente, leiders | Tags: | Een reactie plaatsen

Trump en de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël.

door Henk Herbold

God bestuurt de wereldgeschiedenis
In de Bijbel lezen we hoe God tijdens de ballingschap van Israël, een heidense koning Kores (Jes.45) gebruikte, om Zijn goddelijk plan met Zijn volk Israël uit te voeren. Koning Kores (Cyrus) was in die tijd een machtige koning in het Meden en Perzische rijk, ongeveer 550 jaar voor Christus. Ondanks dat zijn heerschappij in die dagen absoluut was, had hij zelf niet door dat hij feitelijk door God bestuurd werd. De Heer had hem namelijk in het hart gegeven om het volk van Israël, welke dus toen nog in Ballingschap leefde in zijn rijk, terug te laten keren naar hun eigen land (Ezra 1:2). Het was dus niet zijn eigen idee, maar Gods plan. En Gods plannen zullen nooit falen, Hij staat namelijk boven alle regeerders en heersers in de wereld (Jes.40:22-24). Hij stuurt alles uiteindelijk naar Zijn wil, ook al zien we dit nog niet direct, maar Hij bestuurt de wereldgeschiedenis.

Recent (2017) hebben we dit opnieuw gezien bij de Amerikaanse president Trump. Heel veel belangrijke mensen in de wereld ‘en ook in ons land’, hadden voorspelt dat hij nooit de verkiezingen in Amerika zou winnen. Maar we weten nu dat het allemaal heel anders liep. Tegen alle verwachtingen in, won hij toch de verkiezingen in de VS en is hij nu dus president van de VS. Zijn tegenstanders hebben met grote verbazing staan kijken wat er gebeurde.

God spreekt door profetie
Dat de keus van Trump werkelijk van God was, werd al eerder door een profetie bevestigd. In de verkiezingstijd bezocht Donald Trump namelijk een pinksterkerk in Las Vegas. Daar ontving een vrouw plotseling een profetie van God over hem. In die profetie sprak God duidelijk dat Trump de volgende president zou worden. Ondanks alle tegenstand, werd hij ook inderdaad de nieuwe president en werd dus die profetie vervuld. De reden echter waarom hij door God uitgekozen was, heeft vrijwel zeker te maken met Israël. God is namelijk bezig Zijn plan uit te voeren met dit volk, door hen na een korte tijd van verdrukking, volledig te herstellen (Rom.11:26). Hij doet dat niet omdat Israël volmaakt is, maar omdat Hij zich altijd houdt aan Zijn belofte. Israël is daarom het grote bewijs van Gods trouw in de wereld, zelfs als we ontrouw zijn verandert Gods trouw niet (2 Tim.2:13).

Trump voert ook uit wat hij beloofd heeft
Inmiddels is Trump nu al weer enkele maanden in 2017 president en is hij bezig om stap voor stap zijn verkiezingsbeloften uit te voeren. Uiteraard is ook daar veel weerstand tegen, maar langzaam zien we toch resultaat. Dat geldt ook voor zijn besluit om de stad Jeruzalem te erkennen als ondeelbare hoofdstad van Israël. Daarbij is het beslist waar wat verschillende journalisten al geschreven hebben, Trump durfde aan wat geen van zijn voorgangers gedurfd hebben. Want het Amerikaanse Congres besloot feitelijk al in 1995 met een grote meerderheid, om Jeruzalem te erkennen als hoofdstad van Israël. Maar het werd telkens uitgesteld, omdat de opeenvolgende presidenten bang waren voor de druk vanuit de Arabische volkeren, die overwegend Islamitisch en anti Israël zijn. Trump echter voert het nu wel uit en ook dat is volledig in het plan van God.

Herstel Israël
Er zijn ook nu nog genoeg christenen, die niet geloven in het geestelijk herstel van het volk van Israël. Maar men zal zich dan nog verbazen. Lees maar in Ezechiël 36:26, daar zegt God tot het hele volk Israël: “Ik zal u een nieuw hart geven, en een nieuwe geest… “, dit duidt absoluut op een verandering en een massale bekering onder het volk van Israël. Wat bij mensen onmogelijk is, is toch mogelijk bij God.

Ook spreekt de Bijbel over de herbouw van een nieuwe Joodse tempel in Jeruzalem, precies op of nabij de plaats waar nu de grote Al-Aqsa Moskee staat in Jeruzalem (lees o.a. in 2 Thes. 2:4 en Openb.11:1). Het lijkt allemaal onmogelijk, maar God is almachtig en vergeet niet, God kan zelfs heidenen gebruiken voor Zijn plan. Wellicht dat Trump ook nog stappen zal zetten in die richting??

Woede over het besluit van Trump
De Palestijnen hebben uiteraard woedend gereageerd op het besluit van Trump. Voor hen heeft Amerika nu definitief afstand gedaan van zijn rol als bemiddelaar in het vredesproces. Men ziet in de VS geen onpartijdige mediator meer tussen de betrokken landen.

Maar het is vooral zeer verontrustend dat het antisemitisme in deze tijd nu weer explosief toeneemt. Ook de strijd van de Palestijnen gaat feitelijk niet om een eigen staat alleen, maar ook om het einde van Israël. Al jaren is de Hamas zelfs bezig Palestijnse kinderen op te voeden in het leren haten van Joden, anders gelovigen en afvalligen van de Islam. Dit betekent dat ook uit de nieuwe generatie nieuwe vijanden voor Israël zullen groeien en de strijd dus ook in de toekomst gegarandeerd zal worden voortgezet. De Arabische landen zullen namelijk niet rusten voordat ze Israël van de kaart hebben geveegd. Dat moet wel op een volgende oorlog uitlopen, maar die oorlog zal Israël toch ook weer winnen, want God is met dit volk.

Oude Bijbelse profetieën
In de Bijbel kunnen we lezen vrij nauwkeurig wat er in de toekomst gaat gebeuren met Israël. De Bijbel spreekt over een oorlog van ‘alle volken’ tegen Jeruzalem, wat symbool staat voor heel Israël (Lees vooral Zacharia 12 en 14 ) en gedeeltelijk is die oorlog al lang aan de gang. De Bijbel vertelt in Ezechiël 38 en 39 verder over een machtig leger uit het Noorden (Rusland, Turkije,..??) dat Israël zal binnenvallen. In Psalm 83 lezen we ook over plannen van Arabische landen om Israël binnen te vallen. In al die gevallen zal de God van Israël volgens de Bijbel ingrijpen en loopt het met de antisemitische aanvallers slecht af.

Volgens de Bijbel zal er nog een antichrist zal komen, een wereldleider met grote macht (2 Thes.2:9,10). Voor een korte periode zal Israël zelfs menen dat deze wereldleider de beloofde Messias is. Hij zal ook een soort schijnvrede (1Thes.5:3) brengen tussen Israël en de Arabische volkeren rondom en hij zal het wellicht mogelijk maken, dat Israël z’n tempel herbouwt in Jeruzalem. Maar deze wereldleider zal in z’n hoogmoed steeds verder groeien en tenslotte in die tempel van Israël zich als een God laten vereren (2 Thes.2:3,4). Dan zal Israël inzien bedrogen te zijn en vluchten naar de bergen en de woestijn (Mat.24:15, 16). Uiteindelijk zal de Verlosser, de Messias Zelf ingrijpen en zal de Heer Jezus weerkomen op de Olijfberg en zijn koninkrijk van recht en gerechtigheid op aarde vestigen (Zach.14:4).

God waarschuwt in Zijn Woord niet zomaar de beschuldigende vinger uit te steken richting Israël en het Joodse volk. Luister:

  • Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een steen die alle natiën moeten heffen; allen die hem heffen, zullen zich deerlijk verwonden. (Zacharia 12:3).
  • Tot Sion zegt God: ‘Want het volk en het koninkrijk die u niet willen dienen, zullen te gronde gaan, en die volken zullen zeker verwoest worden’ (Jesaja 60:12). Laat dit een waarschuwing zijn voor alle landen en volken die zich nu tegen Israel keren.

De druk op Israël neemt toe
‘Hamas heeft sinds Israëls terugtrekking uit de Gazastrook in 2005 tienduizenden raketten en mortiergranaten op Israëlische steden en dorpen afgevuurd. Het doel was zoveel mogelijk mensen te doden en verwonden en het zuiden van Israël onleefbaar te maken. Ondanks het relatief kleine aantal fatale slachtoffers, maken de raketten een normaal leven voor honderdduizenden mensen onmogelijk. De raketten worden steeds beter en kunnen nu ook de steden Ashdod en Beersheva bereiken, waar meer dan een half miljoen mensen leven.’
Natuurlijk, Israël heeft het recht zich te verdedigen tegen een terreurorganisatie en dat doen ze ook, maar ik hoop dat meer mensen, vooral in Israël, zich gaan realiseren dat er zonder Jezus geen echte vrede mogelijk is. Er komt geen echte vrede zolang de harten van mensen niet veranderen.’

God staat achter Israël
Elk volk en elke leider die Israël onder druk zet om het land te verdelen, zal daarvan eens de consequenties moeten dragen. Daar is de Bijbel heel duidelijk over. Lees maar wat Joel 3 zegt: ‘…Ik zal alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn volk en Mijn erfdeel Israël, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij Mijn land verdeelden en over Mijn volk het lot wierpen…’

Geen voorspellingen
De Bijbel geeft ons geen duidelijk tijdschema van toekomstige gebeurtenissen, daarom moeten we ook zeer terughoudend als het over tijdsberekeningen gaat. Maar al te vaak zijn goed bedoelende gelovigen daarmee de fout ingegaan. Toch ben ik ervan overtuigd dat we er in 2018 niet hetzelfde voor staan als bijvoorbeeld honderd jaar geleden. Dat is duidelijk te zien aan de recente ontwikkeling rondom het volk van Israël. Dit volk wordt steeds meer in het nauw gedreven.

Maar niet alleen in Israël, ook onder christenen neemt de strijd tussen licht en duisternis toe. Denk bijvoorbeeld aan de toenemende vervolging van christenen op vele plaatsen in de wereld en aan de snelle achteruitgang van de westerse ‘beschaving’. De zonden neemt steeds grotere vormen aan en wordt steeds openlijk.

Volgens de Bijbel loopt het gelukkig goed af voor iedereen die Jezus verwacht. Het grootste teken van de eindtijd is, de wereldwijde verkondiging van het Evangelie, die sinds de twintigste eeuw in een geweldige stroomversnelling is gekomen. Maar daarnaast moeten we nauwkeurig letten op Gods weg met het volk van de Joden, dit volk is als een teken van God in de wereld geplaatst.

Zorg dat u klaar bent voor de wederkomst van Jezus. Mocht u daarover twijfelen, dan nodigen we u uit om ons te mailen. U krijgt altijd binnen twee dagen een reactie: klik hier

Geplaatst in Actueel, Eindtijd, Islam, Israël, Moslims, wederkomst | Tags: | 1 reactie

Over verliefd worden en seksualiteit. Wat zegt de Bijbel?

Bijbels onderwijs over verliefdheid, relatie en seksualiteit is heel belangrijk. Helaas wordt er in veel kerken en evangelie gemeenten, te weinig aandacht aan besteed. Mensen mailen ons wekelijks over deze onderwerpen en vertellen ons dat in de gemeente waar ze komen, er weinig of niets over horen. Daar zijn verschillende redenen voor, maar de belangrijkste reden is wel dat het een gevoelig onderwerp is en men is bang is jonge mensen af te schrikken. De opvattingen vandaag in de wereld om ons heen zijn namelijk heel anders. Maagd zijn tot het huwelijk komt steeds minder voor en wordt zelfs belachelijk gemaakt. De opvatting is eerder, experimenteer maar wat, alles kan en alles mag, zolang je het maar fijn vindt. Maar dit is niet de gedachten van God. Veel voorgangers en geestelijk leiders in het algemeen zouden er goed aan doen om zo vroeg mogelijk onze kinderen te leren wat de Bijbel hierover zegt, wat de consequentie ook zou zijn.

Het gevaar van verliefd zijn.
Alhoewel we allemaal weten dat verliefdheid niet abnormaal is en het in de meeste gevallen iedereen wel een keer overkomt, is er ook een gevaar. Verliefdheid maakt namelijk dat je je gemakkelijker stort in een avontuur met veel onzekerheden en waar je vaak het eind niet van ziet. Men is vaak tijdelijk niet voor reden vatbaar, omdat men moeite heeft om dingen rationeel te zien. Het is beslist nog geen een goede voedingsbodem voor een huwelijk, verliefdheid is namelijk nog geen echte liefde, maar het één zou wel moeten overgaan in het ander.

Verkering is een tijd waarin je elkaar beter leert kennen, om daarna op een verantwoorde manier te beslissen of je met elkaar wilt trouwen. Niet iedere verkering zal in een huwelijk eindigen, want soms pas je gewoon niet bij elkaar. Verkering heeft als doel om naar elkaar toe te groeien totdat je het aandurft om met ‘Ja!’ jezelf onlosmakelijk met de ander te verbinden.

Wanneer gaat een christen ‘te ver’ in Gods ogen?

1. Verkering met een ongelovige.
Omdat het voor de Heer God een gruwel is als een gelovige zich onlosmakelijk aan een ongelovige bindt, gaat een christen ‘te ver’ als hij verkering heeft met een ongelovige. (1.Kon.11:1-7; Ezr.9:1-2; 2Kor.6:14-16)

Het is ons al heet vaak gezegd ‘Ja, maar misschien gaat hij wel geloven?’

Je kan natuurlijk wel tijdens een gewone vriendschap over je geloof praten, maar pas er wel voor op dat je partner geen christen wordt alleen omdat jij dat bent.

Sommigen denken “mijn vriend is wel een goede jongen en als we getrouwd zijn zal hij zich wel bekeren”. Wat is er mis met deze gedachte? Wel, we worden in de Bijbel opgeroepen om mensen het evangelie te verkondigen en om hen op deze wijze tot Christus te brengen. We worden niet opgeroepen om eerst verliefd op hen te worden om hen zo tot Christus te brengen.

Zij die verliefd worden op een ongelovige moeten beseffen dat “de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is. Wie dus een vriend van de wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God”, want “de geest, die Hij in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid” Jak 4:4-5.

Het feit dat er voor een ongelovige wordt gekozen laat al zien dat men reeds bezig is van Gods Woord af te wijken. Het spreekwoord zegt niet voor niets ‘liefde maakt blind’. Velen hebben zich laten verblinden door verliefdheid en zijn toch een in Gods ogen ‘ongeoorloofd huwelijk’ aangegaan met een ongelovige, met alle gevolgen van dien. Later als de verliefdheid voorbij is en er wellicht kinderen komen, wordt het moeilijker.

Zal men dan de gelegenheid nog hebben de kinderen het evangelie uit te leggen en zullen ze dan bereid zijn om Jezus te volgen, ook als één van de beide ouders daar geen voorbeeld in is? Wat zien ze, terwijl de ene ouder bidt en de Bijbel leest, heeft de ander er geen deel aan. Heel vaak zien we dat het een eenzame weg wordt voor de gelovige partner.

2. Is seks hebben hetzelfde als getrouwd zijn?
Sommige denken dat geslachtsgemeenschap hebben, door God op dezelfde manier gezien wordt als gehuwd zijn. Maar dit is geen Bijbelse visie. God beschouwt een stel alleen als getrouwd wanneer ze wettelijk getrouwd zijn. Het huwelijk zal altijd door de wet van het land bekrachtigd dienen te worden. God erkent de wet en de overheid zolang als die niet tegen Gods geboden ingaat. (Lees Rom.7:2 en Rom.13.1, 2)
“Want de gehuwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden, zolang deze leeft…” “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld”.

Zie ook Mal.2:14 waar God spreekt over Israël als Zijn ‘wettige’ vrouw. “En dan zegt gij: Waarom? Omdat de Here getuige geweest is tussen u en de vrouw uwer jeugd, aan wie gij ontrouw geworden zijt, terwijl zij toch uw gezellin en uw wettige vrouw is.”

Jezus zegt ook tot de Samaritaanse vrouw in Joh.4:16-18 “Ga heen, roep uw man en kom hier. De vrouw antwoordde en zei tegen Hem: Ik heb geen man. Jezus zei tegen haar: U hebt terecht gezegd: Ik heb geen man, want vijf mannen hebt u gehad en die u nu hebt, is uw man niet; dat hebt u naar waarheid gezegd”.
De enige terechte conclusie die we hieruit kunnen trekken is, dat ze 5 maal getrouwd geweest is en dat ze nu ongehuwd samen leefde met de 6de man en daarop zegt Jezus “deze is uw man niet”.

Tenslotte, wachten is soms moeilijk omdat we in een tijd leven waarop veel mensen dat niet meer geleerd hebben, men wil vaak te snel alles al hebben. Maar als het om seksualiteit gaat, dan kunnen we gerust zeggen dat wachten juist heel goed is. Het is namelijk een toets of je werkelijk van elkaar houdt, ook al krijg je niet direct je zin. Echte liefde bewijst zich het meest als je het wel eens moeilijk hebt, maar er toch voor gaat. Er is ook niets mooier dan rein in het huwelijk te treden, allebei nog maagd en de seksualiteit helemaal samen ontdekken. Daar geniet je samen nog het meest van en zo heeft God het beslist bedoeld

3. Seks hoort binnen het huwelijk
De Bijbel laat er geen twijfel over bestaan dat geslachtsgemeenschap binnen het huwelijk zuiver en goed is, en buiten het huwelijk zonde is. Met elkaar naar bed gaan voordat je getrouwd bent is dus duidelijk ‘te ver’. (Hebr.13:4; 1Kor.6:18)

God zelf plaatste seksueel verkeer binnen de veilige grenzen van het huwelijk. Seksueel contact is de kroon op een huwelijksrelatie die je voor het leven aangaat. Het is duidelijk dat dit standpunt van seks binnen het huwelijk, in onze samenleving niet door iedereen wordt gedeeld. Maar de Bijbel maakt met de verhalen over Noach, Sodom en Gomorra en de verwijzingen naar de eindtijd duidelijk dat aan de seksuele gewoonten van een samenleving haar geestelijke gesteldheid is af te meten. Zorg dat het geen invloed op u heeft, maar dat u vrij zult blijven van deze dwingende macht.

God wil namelijk dat u Hem helemaal toebehoort en dat u zich ver houdt van elke vorm van ontucht. Laat u in ieder geval niet overweldigen door uw hartstochten en begeerten, zoals gebeurt bij mensen die God niet kennen.

Want dit wil God: uw heiliging, dat gij u onthoudt van hoererij, dat ieder uwer in heiliging en eerbaarheid zijn vat weet te verwerven, niet in hartstochtelijke begeerlijkheid, zoals ook de heidenen, die van God niet weten, … (I Thes. 4:3-5).

Maar, hoe ver mag ik dan wel gaan?
Hoe kan je er dan kan voor zorgen dat je niet te ver gaat? Verkering met een ongelovige en seks voor het huwelijk is ‘te ver gaan’. Maar dat betekent niet dat de rest zomaar kan. De grote vraag is hoe je met de grenzen en regels van de God omgaat. We moeten Gods grenzen serieus nemen. Hij heeft ons geschapen en weet daarom ook wat goed voor ons is.

Een veel gestelde vraag is, “Als we geen seks kunnen hebben, hoe ver kunnen we dan wel gaan?” Een betere vraag zou zijn: “Hoe ver zouden we moeten gaan?” God’s Woord geeft ons geen gedetailleerde “lijst” van alle dingen die een koppel wel of niet zou kunnen doen voordat zij getrouwd zijn. Maar, juist omdat de Bijbel niet direct bespreekt wat een koppel wel of niet zou kunnen doen, geeft dit ons geen vrijbrief om alles maar te doen tot aan de uiterste grens van seks voor het huwelijk. In essentie is “voorspel” bedoeld om “voor de seks” plaats te vinden en om een koppel juist gereed te maken voor seksuele gemeenschap. Logisch gezien zijn dan alle vormen van “voorspel” beperkt tot koppels die getrouwd zijn. Alles wat als “voorspel” kan worden beschouwd, zou tot het huwelijk vermeden moeten worden.

Zoek niet de uiterste grens, op een dag gaat het fout, maar een veilige grens!

Let wel: Verkering en verloving kunnen uitgaan. Je moet ervoor zorgen dat jij samen met je partner op zo’n manier met elkaar omgaat dat je, als het uitgaat, op een reine manier een andere relatie kan aangaan.

Duidelijke afspraken met elkaar is erg belangrijk.
Duidelijke afspraken zijn van fundamenteel belang als je niet te ver wilt gaan in je relatie. Ze zijn nodig voor elkaars bestwil, omdat je jezelf niet moet overschatten. Ook jij bent van vlees en bloed, dus niets menselijks is je vreemd.

Als één van beide toch verder wilt gaan dan de gemaakte afspraak, dan kan je vriend of vriendin je erop wijzen. Afspraken getuigen van een verlangen om de Here God op de eerste plaats te zetten in je relatie. Een afspraak is niet alleen maar een zaak tussen twee personen die verkering met elkaar hebben, maar de Here God zelf is betrokken partij. Daarom zal ook gebed een belangrijke plaats innemen bij het vaststellen van de afspraken.

Misschien wil je er nog even over doorpraten? Of heb je advies nodig en kun je nergens terecht. Stuur ons een email, je krijg altijd antwoord. KLIK HIER

Meer weten over wat de Bijbel zegt hierover, klik op: www.christelijk-huwelijk.nl

 

Geplaatst in Huwelijk, liefde, Seksualiteit, verliefdheid | Tags: , , , | 1 reactie

Is er wel plaats voor ouderen in de gemeente van de 21ste eeuw?

Een noodkreet.
Dit artikel is geschreven naar aanleiding van heel veel berichten die ons bereikte van ouderen mensen. Nagenoeg elke dag mailen mensen ons en regelmatig was er ook een noodkreet bij van een ouder iemand. Mensen vertellen ons dan bijvoorbeeld, al jarenlang een bepaalde kerk of gemeente te bezoeken, soms bijna een heel leven. Maar nu ze op hoge leeftijd zijn gekomen is het voorbij. Daar kunnen vele redenen voor zijn.

  • Bijvoorbeeld omdat ze niet meer zelfstandig er naar toe kunnen gaan en de gemeente doet geen moeite om hen op te halen. Ouderen halen en brengen is lastig en dus een probleem. Alleen als mensen uit eigen initiatief daar mee beginnen wordt het toegejuicht, maar de gemeente zelf geeft daar in ieder geval geen prioriteit aan.
  • Maar er is meer. Ouderen hebben soms ook het gevoel niet meer te passen in de gemeente, vanwege de moderne manier waarop men nu tegenwoordig de erediensten beleefd. Dat wil bijvoorbeeld zeggen, harde muziek, veel gekleurde lichten, rook op het podium, (voor hen) vreemde liederen, heel veel Engelse liederen en men is meestal de taal niet machtig, predikers die niet meer gewoon de Bijbel lezen maar alles digitaal projecteren etc.. Iemand zei ons letterlijk: “de gemeente is voor mij als een jas, vroeger paste die, maar nu niet meer”.
  • Veel ouderen hebben ons gezegd, ‘men wil niet apart’. Natuurlijk zijn er gemeenten waar men speciale bijeenkomsten voor ouderen heeft. Maar het is de vraag of dat het is wat de ouderen onder ons zoeken. Ze willen vooral er gewoon bij blijven horen en niet apart. Dat betekent dat er dus ook rekening met hen gehouden zou moeten worden. Het besef moet door dringen dat we niet compleet zijn als lichaam van Christus, zonder de ouderen. Ook zij zijn door God aan de gemeente gegeven om met hun wijsheid en kennis mee te bouwen aan de gemeente

Vereenzaming van ouderen.
Het gevolg is een geestelijke vereenzaming bij het oud worden en vaak worden mensen ook letterlijk vergeten. Zodra men lange tijd niet meer in de gemeente gezien wordt, raakt men uit de aandacht. Vooral als er geen vrienden of familie leden zijn die ook de gemeente bezoeken en dus niemand de gemeente leiding er attent op maakt.

Dit artikel is geschreven uit grote bezorgdheid. Het zou beslist een zegen zijn als veel geestelijk leiders dit artikel zouden willen lezen. Ik bid dat het een aanzet mag zijn tot bezinning, over de plaats van ouderen binnen evangelie gemeenten in ons land. Soms vertellen ouderen ons, dat ze degene waren die aan het begin van de gemeente hebben gestaan, men heeft financiële offers gebracht en ze zijn dienstbaar geweest in vele taken en activiteiten die er zijn in een beginnende gemeente. Dit artikel is vooral een pleidooi voor erkenning van deze ouderen, als mede-dragers van de gemeente.

Jong is in en oud is uit.
Natuurlijk is deze verandering ook een gevolg van de nieuwe generatie die op komt en die de oude tradities van zich af wil gooien en dingen op hun eigen manier wil doen. Tot voor kort was het algemene gevoelen bij veel jonge geestelijke leiders: “we hebben ons lang genoeg aangepast aan de manier waarop de vorige generatie hun geloof beleefde, het is nu de hoogste tijd dat zij zich maar aan ons aanpassen”.

We hebben het niet altijd in de gaten, maar feitelijk komt ook dit rechtstreeks uit de wereld om ons heen. In onze maatschappij namelijk is ook het overheersende gevoel ‘jong is in en oud is uit’. Ouderen vragen steeds meer zorg, kosten de samenleving steeds meer
geld, hebben meer medische zorg nodig dan jongeren. Vaak ontvangt men naast AOW ook nog een riant pensioen en dat kan in de toekomst wel eens nadelig zijn voor de jongere generatie, want ze eten alles voor ons op. Politieke leiders doen het goed als ze vooral maatregelingen nemen om de kosten van de verzorging van ouderen te beperken. Zoals, maatregelingen om ouderen langer door te laten werken etc..

Natuurlijk is dit niet overal in de wereld zo, al hebben veel mensen daar niet altijd oog voor. In veel landen in de wereld krijgt men al in de opvoeding mee om respect te hebben voor ouderen en ze vooral niet te negeren. Maar in onze westerse samenleving en ook in de evangelie gemeente, denken sommigen daar anders over. Onlangs las ik in een interview dat een bekende voorganger zei: ‘ik ben blij dat onze gemeente voor het grootste deel uit jongeren bestaat en niet uit mensen met grijs haar of mannen met stropdassen’.

Volgens die voorganger zou een gemeente die veel ouderen heeft, het beleid moeten aan passen, want er is dan een probleem. Zo gezien is het feit dat veel mensen tegenwoordig steeds ouder worden en er dus ook in de gemeente steeds meer ouderen gaan komen, eerder een kwaad dan een zegen. Een bekende uitspraak luidt dat bijna iedereen oud wil worden, maar niemand oud wil zijn.

Gemeente van de 21e eeuw.
En ja, het is waar veel historische kerken zien helaas het ledenaantallen flink dalen. Op veel plaatsen worden zelfs kerken afgebroken of krijgen een andere bestemming.
Bijvoorbeeld veranderen ze in een Museum, een exclusief woonhuis, of Moskee. Daar staat dan tegenover de snelle groei van moderne evangelische gemeenten. Deze wordt voornamelijk veroorzaakt door een totale cultuur omslag in de laatste 10 jaar. Jongemensen worden nu aangetrokken door professionele licht- en muziekshow in de samenkomsten. Tevens door preken van voorgangers in spijkerbroek, bij voorkeur over populaire praktische onderwerpen, vooral begeleid door een flitsende mediapresentaties. Men noemt zich gemeente of kerk van de 21e eeuw.

Natuurlijk is dit ook wel weer te begrijpen. We kunnen nu eenmaal niet altijd bij het oude blijven en vernieuwing en ook verjonging is van groot belang, willen we tenminste niet langzaam vergrijzen en uitsterven. Sommige gemeenten in ons land zijn ook letterlijk vergrijst, jongeren verlieten de gemeente omdat men het gevoel had niet gehoord te worden. Waarom niet? Bijvoorbeeld, men zong te veel oude bekende liederen en de predikingen waren saai, d.w.z. niet vol humor zoals veel jongeren vandaag willen. Dat betekent niet dat de predikingen minder gezegend waren, maar het is niet meer modern en dat betekent voor sommigen automatisch, dat het geschikt is om weg te gooien. Iemand zei ons: “als het niet leuk is dan luister ik niet”.

Vandaag zien we nieuw soort grote gemeenten ontstaan, die prima aansluiten aan de behoefte van jongeren. Alles is modern, veel gekleurd licht, harde muziek, veel Engelstalige liederen en andere super moderne zaken. Want de nieuwe generatie is meestal goed opgeleid en daarvoor is dat geen probleem. Oude bekende liederen waar een hele generatie intens door gezegend is, moesten snel plaats maken voor moderne liederen. Dat ging zo snel, dat veel ouderen de tijd niet eens kregen om zich aan te passen. Je moet de nieuwe liederen immers eerst leren en het je eigen kunnen maken. Maar ook dat is niet eenvoudig, want muziekboeken vol met liederen die vroeger harten geraakt hebben, moesten plotseling weggegooid worden. Daarvoor in de plaats kwam o.a. een digitale versie zoals YouTube. Voor veel ouderen is het nog steeds een probleem, ze kunnen niet wennen. Natuurlijk zijn er wel ouderen die het wel aan kunnen en nog behoorlijk snel schakelen en dus de veranderingen wel kunnen volgen. Vaak wijzen jongeleiders daar naar, om maar aan te tonen dat het allemaal wel meevalt en dat ouderen zich wel kunnen aanpassen, als ze maar willen. Maar voor de meerderheid zijn de gevolgen dramatisch.

Maar de gevolgen zijn wel steeds meer zichtbaar.
Mijn vrouw en ik bezoeken heel veel kerken en gemeenten in ons land. Veel ouderen zijn naar ons toegekomen of hebben ons geschreven. Ze vertellen ons vaak in geen enkele kerk of gemeente meer te komen. Als vervanging wordt er naar televisie uitzendingen van kerkdiensten gekeken. Soms gaat men ook naar een aparte samenkomst in de week, waar een ouderling nog wat leest uit de Bijbel en waar nog een paar oude liederen gezongen worden. Maar de gemeenschap met het lichaam van Christus als geheel en het bijvoorbeeld gezamenlijk vieren van het heilig Avondmaal, kent men helaas niet meer. Velen denken er met weemoed aan terug.

In sommige gemeenten werd zelfs openlijk tegen ouderen gezegd, dat ze maar niet meer moeten komen, tenzij men zich nog een beetje kan aanpassen. Of men zegt letterlijk, “luister goed, we zijn nu eenmaal zo en we veranderen niet, dus zoekt u maar naar een andere gemeente”. Daarbij gaat men volledig voorbij aan het feit dat ouderen nu eenmaal niet zo gemakkelijk meer opzoek gaan naar een andere kerk of gemeente en dus nergens meer komen.

Luisteren naar ouderen ligt al helemaal niet voor de hand in onze cultuur. Nooit in de geschiedenis is er in korte tijd zoveel veranderd als in de eeuw die achter ons ligt. Er zijn oudere mensen die de eerste wasmachine nog als een wonder hebben begroet. Die hoorden dat er ooit misschien computers zouden komen. En nu? Als je even niet oplet, heb je een zwaar verouderde computer en ben je niet meer compatible. De tijd gaat hard en ouderen worden in onze samenleving geholpen om zoveel mogelijk mee te kunnen. Maar wel met de bedoeling om ze zelfredzaam te maken, want anders hebben ze steeds weer hulp nodig. Dat nodigt niet bepaald uit om ouderen om advies te vragen. Toch is de wijsheid en de kennis van ouderen voor de gemeente van nu, van groot nut en misschien wel van levensbelang. Feitelijk heeft God jong en oud aan elkaar gegeven. Ouderen verdienen een plaats in ons midden en ook gewoon in de gemeente van de 21e eeuw. Ouderen kunnen de nieuwe generatie o.a. leren, om trouw te blijven aan God, ook in moeilijke omstandigheden. In Titus 2:1-8 staat zelfs dat ouderen een voorbeeldfunctie hebben. Overigens leert de Bijbel ons juist om ouderen te respecteren ze een plaats te geven in ons midden.

Alleen de toekomst is anders.
In tegenstelling aan wat men nu denkt, ziet de toekomst er toch heel anders uit, dan wat sommigen verwachten. Waar sommige gemeente leiders volledig aan voorbij gaan is, dat één van de belangrijkste ontwikkelingen in deze tijd is ‘de wereldwijde toename’ van het aantal ouderen. Er is sprake van een ‘dubbele vergrijzing’, ouderen gaan in een zeer korte tijd een hele nieuwe en interessante doelgroep worden. Niet alleen méér mensen worden oud, mensen zullen gemiddeld ook langer leven. Het aantal personen boven 60 jaar in Nederland stijgt de komende jaren, naar 1/3 van de bevolking en dat gaat al heel snel. Deze enorme verschuiving zal naar verwachting een geheel nieuwe verhouding tussen jongeren en ouderen met zich meebrengen in de gemeente.

Deze situatie is beslist een unicum in de geschiedenis. Bij de regering en veel maatschappelijk organisaties, begint het besef langzaam door te dringen, maar helaas nog niet in de gemeente van de Heer.
Tegenwoordig worden we in de wereld om ons heen wel, op vele wijzen gewezen op de gevolgen van deze ontwikkeling. Bijvoorbeeld dat de beroepsbevolking daalt in verhouding tot het aantal mensen dat gepensioneerd is. Dat het aantal eenpersoonshuishoudens zal toenemen en dus de vraag naar kleinere woningen etc.. Er zijn al speciale beurzen en markten voor ouderen, omdat deze groep ook meestal meer te besteden heeft.

De vraag is, in hoeverre staan we als gemeente stil bij de gevolgen van de dubbele vergrijzing, voor de wijze waarop we gemeente (willen) zijn, in de toekomst?

Het zal in ieder geval helder moeten zijn dat, Bijbels gezien ook ouderen deel zijn van het lichaam van Christus. In een Bijbelse gemeente zal dus plaats en aandacht moeten zijn voor alle leeftijdsgroepen en zonder dat kan de gemeente feitelijk niet bestaan. Als we het Bijbels willen doen, zal er dus gezocht moeten worden naar een manier om samen op te trekken, oud en jong.

De ouderen zijn niet allemaal hetzelfde.
Wat ik bedoel te zeggen is, dat er een grote diversiteit bestaat onder ouderen. Vaak hebben we een verkeerd beeld van ouderen. Er wordt ook nog al eens gegeneraliseerd of dat alle ouderen ouderwets en hulpbehoevend zijn. Men spreekt dan gemakkelijk met verkleinwoorden als ‘die oudjes’ of ‘dat lief omaatje of opaatje’. In deze uitspraken liggen beelden over ouderen opgesloten, waarbij men ouderen naar onze overtuiging geen recht doet en zeker als gerekend wordt vanaf 60 jaar. Er is een enorm verschil tussen de volop in het werkzame leven staande 60-plusser en de vitale gepensioneerde of de thuiswonende 80-er die niet meer zo mobiel is of de kwetsbare oudere die vrijwel volledig afhankelijk van zorg is.

Belangrijk gegeven.
In ieder geval zal de groep ouderen boven de 60, die nog een volledige baan heeft en ook nog vol en vitaal in het leven staat, in de komende jaren steeds groter. Als we als gemeente ons alleen maar richten op de jongeren beneden de 30 jaar, dan zullen in de komende jaren steeds meer evangelie gemeenten mensen gaan verliezen.

Ouderen een zegen in een gemeente.
Ouderen kunnen overigens ook een zegen zijn in de gemeente. In Psalm 92:15 staat: “in de grijze ouderdom zullen zij nog vruchten dragen…..” Feitelijk kunnen we geen leeftijdscategorie uitsluiten, de één kan niet zonder de ander. Spanningen tussen jong en oud, de z.g. generatiekloof, zijn zeker niet uitgesloten, maar de verschillen dienen wel te worden gerelativeerd. Uiteindelijk is iedereen afhankelijk van het Hoofd van de gemeente (= Jezus) en van elkaar, want zonder dat zijn we geen lichaam van Christus.

Vooral samen.
Ouderen en jongeren zouden vooral samen moeten gaan nadenken en bidden, hoe b.v. de erediensten in de gemeente te gaan invullen. We zouden ons moeten afvragen op welke manier kunnen jongeren, kinderen en ook ouderen bijdragen aan het programma en niet alleen één bepaalde groep. Bijvoorbeeld over de keuze van de muziek en de liederen in de eredienst op zondag. Er moet zeker ruimte zijn voor andere uitingsvormen in lied, lofprijzing, aanbidding en bijvoorbeeld dans, maar dat moet wel gelden voor jongeren, kinderen en ouderen. Het zou een geweldige overwinning zijn, als we bereid zouden zijn om in een eredienst ook eens een oud lied te zingen, waar ouderen van genieten en door gezegend worden. Een enkele keer komen we het gelukkig nog tegen in ons land. We zijn er zeker niet, door te zeggen dat de ouderen zich maar moeten aanpassen en anders is er geen plaats voor ze in de gemeente. Een gesprek hierover in de gemeente is m.i. daarom hard nodig. Het startpunt moet wel zijn, de bereidheid om te luisteren naar wat jongeren én ouderen elkaar te zeggen hebben.

Een paar opmerkingen om over na te denken voor uw gemeente:

  • Functioneert de gemeente waar u naar toe gaat wel echt als Lichaam van Christus? Dat wil zeggen, kan elk lid (jong en oud) voluit een bijdrage geven in de erediensten.

  • Welke rol en positie hebben ouderen in dit verband? Wordt er ook nagedacht hoe de
    gemeente kan worden opgebouwd door hun inzet, toewijding en geloof? Hebben hun adviezen nog betekenis in de gemeente.

  • Sta erbij stil hoe uw gemeente haar opdracht kan verstaan en daardoor mede invulling kan geven aan Gods belofte voor ouderen:

“Tot in je ouderdom blijf Ik dezelfde,
tot in je grijsheid zal Ik je steunen.
Wat Ik gedaan heb, zal Ik blijven doen
Ik zal je steunen en beschermen.” (Jesaja 46:4).

Misschien heeft u iets meegemaakt en herkent u iets in dit artikel. Als u wilt kunt u ons uw verhaal mailen, u krijgt altijd binnen twee dagen een antwoord. KLIK HIER.

Geplaatst in gemeente | Tags: , | Een reactie plaatsen